Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Dienst Toeslagen
de Staat der Nederlanden (de Staat).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
life eventof de complexiteit van het stelsel langer de tijd nodig heeft om een aanvraag te doen. [6] Eiseres heeft pas na deze termijn een aanvraag om zorgtoeslag ingediend. Omdat de wetgever de situatie van eiseres heeft onderkend en de Dienst Toeslagen geen beleidsruimte heeft bij het toepassen van de termijn, mag de rechtbank het bestreden besluit 2 niet toetsen aan het evenredigheidsbeginsel. De uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 25 mei 2022 is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd. [7] De uitspraak van het CBb van 26 maart 2024 gaat over de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel van een gebonden beschikking op grond van een algemeen verbindend voorschrift dat geen wet in formele zin is. [8] Die situatie is in deze zaak niet aan de orde, omdat het bestreden besluit 2 berust op artikel 15 van Pro de Awir, een wet in formele zin. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het bestreden besluit 1, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen het bestreden besluit 2, ongegrond;
- veroordeelt de Staat tot betaling van een schadevergoeding van € 1.000,- aan eiseres;
- bepaalt dat de Dienst Toeslagen het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoedt;
- veroordeelt de Dienst Toeslagen in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.