Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 26 augustus 2024, met bijlagen;
- de e-mail van [gedaagde] van 11 september 2024;
- de e-mail met bijlagen van [eiseres] van 4 mei 2026;
- de e-mail van [gedaagde] van 4 mei 2026.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een consument die zich inschreef voor een opleiding bij een onderwijsinstituut en deze overeenkomst tussentijds wilde annuleren. Het onderwijsinstituut vorderde annuleringskosten en kosten van gevolgde lessen, maar de consument stelde dat zij binnen de verlengde herroepingstermijn had ontbonden.
De kantonrechter oordeelde dat het onderwijsinstituut niet had voldaan aan haar informatieplicht om de consument vooraf te wijzen op het herroepingsrecht, waardoor de herroepingstermijn met twaalf maanden werd verlengd. De consument had binnen deze verlengde termijn de overeenkomst ontbonden, waardoor zij geen kosten of annuleringskosten verschuldigd was.
De vorderingen van het onderwijsinstituut werden daarom afgewezen en de proceskosten werden aan het onderwijsinstituut opgelegd. De kantonrechter hoefde niet te oordelen over andere informatieplichten omdat de verlenging van de herroepingstermijn doorslaggevend was.
De uitspraak bevestigt het belang van het informeren van consumenten over hun herroepingsrecht bij overeenkomsten op afstand en de sancties bij niet-naleving daarvan.
Uitkomst: De vorderingen van het onderwijsinstituut worden afgewezen omdat de consument binnen de verlengde herroepingstermijn ontbonden heeft en geen annuleringskosten verschuldigd is.