ECLI:NL:RBROT:2026:7225
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieaanvraag Wet Herstel Toeslagen voor kinderopvangtoeslag 2016-2017
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen waarin haar aanvraag voor compensatie op grond van de Wet Herstel Toeslagen (Wht) voor de jaren 2016 en 2017 werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep op 12 juni 2026 behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de Dienst Toeslagen voldoende heeft gemotiveerd dat in 2016 geen terugvordering heeft plaatsgevonden en dat eiseres de kinderopvangtoeslag in 2017 zelf per 1 maart heeft stopgezet. Dit is onderbouwd met een melding van stopzetting en een XML-bestand dat is ondertekend met de DigiD van eiseres. Indien een derde de stopzetting heeft doorgegeven, blijft dit voor rekening en risico van eiseres, omdat zij haar DigiD en inloggegevens aan die derde heeft verstrekt.
Verder blijkt uit de KOI-Viewer en een bankafschrift van juni 2017 dat eiseres na 1 maart 2017 geen kinderopvang meer heeft genoten. De rechtbank acht de beroepsgrond van eiseres niet aannemelijk en verklaart het beroep ongegrond. Er worden geen proceskosten toegekend en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van compensatie op grond van de Wet Herstel Toeslagen wordt ongegrond verklaard.