ECLI:NL:RBROT:2026:7292

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
C/10/715350 / JE RK 26-360
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorg- en opvoedingstaken in belang van minderjarige na ondertoezichtstelling

De gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering verzocht de rechtbank Rotterdam om de eerder vastgestelde verdeling van zorg- en opvoedingstaken te wijzigen. De minderjarige woont bij de moeder, maar de zorgregeling was al onder toezicht gesteld en verlengd tot december 2026.

Tijdens de zitting bleek dat ouders het beste voor hun kind willen, maar niet tot volledige overeenstemming konden komen. De GI stelde een aangepaste regeling voor die het belang van de minderjarige dient, onder meer door het mogelijk maken van speltherapie via de vader op donderdagen.

De moeder had bezwaren tegen de voorgestelde regeling, met name over de kerstdagen en de frequentie van de bezoeken aan de vader. De vader stemde in met de regeling en benadrukte het belang van rust voor het kind.

De kinderrechter oordeelde dat de gewijzigde regeling in het belang van de minderjarige is en dat ouders zich hieraan moeten houden. De beschikking vervangt de eerdere regeling en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze ook tijdens een eventueel hoger beroep geldt. De kinderrechter benadrukte het belang van therapie en stabiliteit voor de ontwikkeling van het kind.

Uitkomst: De kinderrechter wijzigt de zorgregeling en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad in het belang van de minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/715350 / JE RK 26-360
Datum uitspraak: 9 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder],
hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats 1] ,
[naam vader],
hierna te noemen: de vader, wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. M. Verschoor, kantoorhoudende te Rozenburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift van de GI met bijlagen van 13 februari 2026, binnengekomen bij de rechtbank op 20 februari 2026;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van mr. M. Verschoor met productie van 10 maart 2026, binnengekomen bij de rechtbank op diezelfde datum;
  • het proces-verbaal van de zitting van 11 maart 2026;
  • de begeleidende brief van de GI met bijlagen, ontvangen op 10 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam] .
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2.
De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 december 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 20 december 2026.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 december 2021 een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de door de kinderrechter op 31 december 2021 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen. Na het door de kinderrechter verzochte overleg met de ouders wijzigt de GI de verzochte regeling als weergegeven in de brief van 9 april 2026.

4.Het zelfstandige verzoek van de vader

4.1.
De vader refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter met betrekking tot het verzoek tot wijziging van de eerder vastgestelde regeling en verzoekt de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

5.De standpunten

5.1.
De GI handhaaft het (aangepaste) verzoek ten aanzien van de wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De conceptregeling is volgens de GI het meest in het belang van [minderjarige] . Doordat [minderjarige] bij de voorgestelde regeling op de donderdag na school al naar de vader gaat, kan de vader hem brengen naar de speltherapie.
5.2.
De moeder heeft moeite met de voorgestelde regeling van de GI. Binnen de huidige regeling viert [minderjarige] eerste kerstdag altijd bij de moeder. De familie van de moeder komt altijd samen op eerste kerstdag. Ook heeft de moeder er moeite mee dat [minderjarige] al op de donderdagen naar de vader zou gaan volgens de voorgestelde regeling. [minderjarige] gaat al zes maanden niet meer naar speltherapie en er wordt gezocht naar een andere vorm van therapie.
5.3.
Door en namens de vader wordt ingestemd met de voorgestelde regeling van de GI. Het is belangrijk dat er rust komt voor [minderjarige] .

6.De beoordeling

6.1.
De kinderrechter kan een vastgestelde zorgregeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
6.2.
Tijdens de zitting van 11 maart 2026 is duidelijk geworden dat de ouders ieder voor zich de wens hebben om een goede zorgregeling vast te stellen maar dat zij er gezamenlijk niet uitkomen. De ouders zijn in de gelegenheid gesteld om, in samenspraak met de GI, alsnog tot een goede zorgregeling te kunnen komen. Dat zou voor [minderjarige] immers het beste zijn. De kinderrechter ziet ouders die op zich het beste willen voor [minderjarige] maar hoewel er op veel punten inmiddels overeenstemming is bereikt, is het helaas niet gelukt om tot een volledige overeenstemming te komen. Het is wel positief dat de ouders er voor een groot gedeelte onderling zijn uitgekomen. De GI heeft uiteindelijk een uitgebreide regeling voorgesteld. De kinderrechter is van oordeel dat de regeling zoals die is voorgesteld door de GI in het belang van [minderjarige] is. De GI heeft daarbij rekening gehouden met het aantal wisselingen voor [minderjarige] tussen de ouders en de GI heeft ook gekeken naar de mogelijkheid om weer te starten met speltherapie. De kinderrechter benadrukt dat het van het grootste belang is dat de ouders zich ten volle aan deze regeling houden, zodat [minderjarige] de rust krijgt die hij verdient. Hij moet daarmee de ruimte krijgen zich weer bezig te houden met zijn eigen ontwikkeling.
6.3.
Gelet op het voorgaande wijzigt de kinderrechter de eerder door de rechtbank vastgestelde zorgregeling in de regeling zoals die is voorgesteld door de GI. De kinderrechter zal bepalen dat de aangehechte zorgregeling van de GI deel uitmaakt van deze beschikking en dat deze regeling daarmee in de plaats komt van de eerder door de rechtbank vastgestelde regeling.
6.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals door de vader is verzocht. Ter zitting is gebleken dat speltherapie voor [minderjarige] nog niet passend was, omdat de situatie niet stabiel genoeg is. Nu de vader gaat zorgdragen voor [minderjarige] op de donderdag kan dit wellicht weer worden opgepakt. De kinderrechter is, met de GI, immers nadrukkelijk van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat hij weer kan starten met (een vorm van) speltherapie. Op die manier kan hij “ontluchten” en wordt hij gezien door een professional. In de tussentijd kan uiteraard op geleide van de GI bekeken worden in hoeverre een alternatief beter passend is voor [minderjarige] . [minderjarige] verdient al deze inzet nu, hij heeft immers maar één jeugd.
6.5.
Dit alles betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als iemand in hoger beroep gaat. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof uitspraak heeft gedaan.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
wijzigt de beschikking van de rechtbank Rotterdam, kenmerk C/10/626203 / FA RK d.d. 31 december 2021 in die zin dat de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zal zijn zoals weergegeven in de (in kopie) aangehechte zorgregeling die deel uitmaakt van deze beschikking;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. M.P.G. Rietbergen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Henschen als griffier, en op schrift gesteld op 18 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.