ECLI:NL:RBROT:2026:7315

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
23 juni 2026
Zaaknummer
12117434 CV EXPL 26-5690
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 139 RvArt. 6:265 BWArt. 7:225 BWArt. 7:248 BWArt. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand met vernietiging oneerlijk opslagbeding

De huurder [gedaagde] huurt sinds 1 april 2020 een woning van AEGON Levensverzekering N.V. Er is een huurachterstand ontstaan, waarop AEGON ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning vordert, alsmede betaling van de huurachterstand met rente en incassokosten.

De kantonrechter verleent verstek tegen de huurder en wijst de vorderingen toe, maar stelt de huurachterstand lager vast dan primair gevorderd omdat het opslagbeding in de huurprijswijzigingsbepaling als oneerlijk wordt vernietigd. Dit opslagbeding voorzag in een jaarlijkse huurverhoging van maximaal 5% boven de consumentenprijsindex, wat de kantonrechter onaanvaardbaar achtte vanwege de aanzienlijke verstoring van het contractuele evenwicht.

De huurachterstand wordt vastgesteld op € 9.664,73, inclusief correcties voor te hoge huurverhogingen. De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens niet tijdige betaling, en de huurder moet de woning binnen veertien dagen ontruimen. Tot de ontruiming moet de huurder een gebruiksvergoeding betalen. Incassokosten en wettelijke rente worden eveneens toegewezen. De proceskosten komen voor rekening van de huurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot betaling van een gecorrigeerde huurachterstand en ontruiming van de woning binnen veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 12117434 CV EXPL 26-5690
datum uitspraak: 24 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
AEGON Levensverzekering N.V.,
vestigingsplaats: Den Haag,
eiseres,
gemachtigde: mr. E.A.J.M. van de Wijngaard,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die niet in de procedure is verschenen.
Partijen worden hierna ‘AEGON’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 19 februari 2026, met bijlagen;
  • het tussenvonnis van 18 maart 2026;
  • de akte van AEGON van 25 maart 2026.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] huurt sinds 1 april 2020 de woning met bijbehorende berging aan het [adres] (hierna: de woning) van AEGON. Op dit moment is er een huurachterstand. AEGON eist dat [gedaagde] de huurachterstand met incassokosten, rente en de lopende huur betaalt. Zij eist ook de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning.
2.2.
In het tussenvonnis is tegen [gedaagde] verstek verleend (artikel 139 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)). [gedaagde] moet van de kantonrechter de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Wel wordt een lagere huurachterstand toegewezen dan primair is gevorderd, namelijk een bedrag van € 9.664,73, zoals subsidiair is gevorderd, omdat het opslagbeding in de huurprijswijzigingsbepaling oneerlijk is. [gedaagde] moet ook alle bijkomende kosten betalen. Hierna wordt deze beslissing verder uitgelegd
Waarom is het opslagbeding vernietigd?
2.3.
In artikel 12 lid 1 onder Pro c van de huurovereenkomst is bepaald dat de huurprijs jaarlijks kan worden geïndexeerd volgens de consumentenprijsindex (CPI). Daarnaast bepaalt artikel 12.1 onder d van de huurovereenkomst dat de verhuurder het recht heeft om, bovenop deze indexering, de huurprijs te verhogen met een opslag van maximaal 5%. Zoals de kantonrechter reeds heeft geoordeeld in het tussenvonnis is dit opslagbeding
oneerlijk, omdat zo’n hoge opslag niet nodig is om kostenstijgingen die uitgaan boven de inflatie te compenseren en om de huurprijs in de pas te laten lopen met de waardeontwikkeling van de woning. Een jaarlijkse huurstijging met dit opslagpercentage blijft niet binnen aanvaardbare grenzen. AEGON heeft uitgelegd dat dit in dit geval echter anders zou moeten zijn en dat een opslag van maximaal 5% boven de CPI een eerlijke huurverhoging vormt. Volgens haar is een dergelijke, bij het aangaan van de huurovereenkomst overeengekomen opslag niet in strijd met de goede trouw en leidt deze niet tot een aanzienlijke verstoring van het contractuele evenwicht tussen partijen. De kantonrechter volgt AEGON hierin niet. Uit het arrest van de Hoge Raad van 29 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1780) kan niet worden afgeleid dat een opslag van 5% boven de CPI zonder meer als eerlijk moet worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft slechts geoordeeld dat een opslag van maximaal 3% in beginsel niet oneerlijk is en dat de opzeggingsmogelijkheden van huurder en verhuurder slechts één van de relevante omstandigheden vormen bij de toetsing aan Richtlijn 93/13/EG. Een opslag van 5% moet zelfstandig worden beoordeeld en kan, gelet op de omvang van de mogelijke huurverhogingen, eerder leiden tot een aanzienlijke verstoring van het contractuele evenwicht ten nadele van de huurder. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat het opslagbeding terecht is vernietigd.
Huurachterstand
2.4.
AEGON heeft bij akte toegelicht dat de kale aanvangshuur van € 955,00 per 1 juli 2020 is verhoogd naar € 979,83, terwijl deze op basis van de CPI maximaal € 968,37 mocht bedragen. Daarmee heeft zij in de periode van 1 juli 2020 tot en met 30 juni 2021 (12 maanden) maandelijks € 11,46 (€ 979,83 - € 968,37 te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 137,52.
Per 1 juli 2021 is de kale huur verhoogd naar € 1.003,35, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 986,77 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2021 tot en met 30 juni 2022 (12 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 16,58 (€ 1.003,35 - € 986,77) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 198,96.
Per 1 juli 2022 is de kale huur verhoogd naar € 1.036,46, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 1.019,33 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 (12 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 17,13 (€ 1.036,46 - € 1.019,33) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 205,56.
Per 1 juli 2023 is de kale huur verhoogd naar € 1.078,95, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 1.061,12 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2023 tot en met 30 juni 2024 (12 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 17,83 (€ 1.078,95 - € 1.061,12) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 213,96.
Per 1 juli 2024 is de kale huur verhoogd naar € 1.127,50, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 1.094,01 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2024 tot en met 30 juni 2025 (12 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 33,49 (€ 1.127,50 - € 1.094,01) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 401,88.
Per 1 juli 2025 is de kale huur verhoogd naar € 1.173,73, terwijl deze op grond van de CPI maximaal € 1.134,49 mocht bedragen. Over de periode van 1 juli 2025 tot en met 31 januari 2026 (7 maanden) heeft AEGON daardoor maandelijks € 39,24 (€ 1.173,73 - € 1.134,49) te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht, in totaal € 274,68.
In totaal heeft AEGON dus € 1.432,56 te veel bij [gedaagde] in rekening gebracht zoals zij ook subsidiair heeft uitgelegd. De kantonrechter volgt AEGON in haar uitleg en berekening en acht de daarbij gegeven toelichting juist. Dit betekent dat [gedaagde], bij vernietiging van het opslagbeding, tot en met januari 2026 een huurachterstand heeft van € 9.664,73. Hij wordt dan ook veroordeeld om dit bedrag aan AEGON te betalen.
Ontbinding huurovereenkomst
2.5.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde] verplicht was om de huur op tijd te betalen en dat niet heeft gedaan (artikel 6:265 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)). De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen.
Ontruiming en gebruiksvergoeding
2.6.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moet [gedaagde] de woning en de bijbehorende berging met al zijn spullen verlaten. Dat moet binnen veertien dagen nadat dit vonnis is betekend. Vanaf 1 februari 2026 tot en met de dag van de ontruiming moet [gedaagde] een gebruiksvergoeding van € 1.179,49 (inclusief € 45,- servicekosten) per maand betalen (artikel 7:225 BW Pro). Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW Pro) als voor het verhogen van de huur.
2.7.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen. Immers op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Rv is de deurwaarder, zonder rechterlijke tussenkomst, bevoegd de hulp van de sterke arm van politie in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming ingevolge het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van [gedaagde] komen.
Incassokosten
2.8.
De incassokosten van € 714,11 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
Rente
2.9.
De wettelijke rente wordt toegewezen. AEGON heeft gesteld dat deze tot 1 februari 2026 € 517,74 bedraagt.
In totaal zal worden toegewezen:
huurachterstand € 9.664,73 (plus wettelijke rente vanaf 19 februari 2026 over dat bedrag)
incassokosten € 714,11
wettelijke rente
€ 517,74 +
€ 10.896,58
Verdere ambtshalve toetsing
2.10.
De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
Proceskosten
2.11.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan AEGON moet betalen op € 153,77 aan dagvaardingskosten, € 559,- aan griffierecht, € 432,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 432,-) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.288,77. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.12.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat AEGON dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als [gedaagde] in verzet komt tegen dit vonnis en aan een andere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan AEGON te betalen € 10.896,58 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 9.664,73 vanaf 19 februari 2026 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum waarop dit vonnis is betekend de woning met bijbehorende berging aan het [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van AEGON te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om vanaf 1 februari 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan AEGON te betalen € 1.179,49 (inclusief servicekosten) per maand met de verhoging die is toegestaan;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van AEGON worden begroot op € 1.288,77;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst af het anders of meer gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.K. Rapmund en in het openbaar uitgesproken.
53954