ECLI:NL:RBROT:2026:7378

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
ROT 25/9003
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 PwArt. 31 PwArt. 34 Pw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor stofferingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Eiseres heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor stofferingskosten, waaronder vloerisolatie en laminaat, vanwege slechte isolatie van haar woning en medische klachten die leiden tot hoge energiekosten. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan, die in principe uit het bijstandsniveau moeten worden voldaan.

De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. De slechte isolatie van de woning is een taak van de verhuurder, en eiseres heeft niet aangetoond dat zij dit bij de verhuurder heeft aangekaart of dat deze weigert de isolatie te verbeteren. Ook zijn de medische klachten niet met medische stukken onderbouwd.

De rechtbank concludeert dat de aanvraag terecht is afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.C. Rop op 26 juni 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor stofferingskosten wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 25/9003

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. El Idrissi),
en

het college van burgemeester en wethouders Rotterdam, het college

(gemachtigde: mr. Z. Abachi).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet (Pw) voor stofferingskosten. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden niet slagen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met een besluit van 3 juni 2025 (het primaire besluit) heeft het college de aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Pw voor inrichtingskosten afgewezen.
2.1.
Met een besluit van 1 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Het college heeft hierbij de afwijzing voor inrichtingskosten gewijzigd in een afwijzing voor stofferingskosten.
2.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
2.3.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college, vergezeld van mr. A. Zonneveld.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft op 28 mei 2025 bijzondere bijstand aangevraagd voor vloerisolatie, laminaat en het leggen van het laminaat. De gevraagde kosten bedragen € 10.396,-.
3.1.
Het college heeft aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kosten dienen in beginsel uit een inkomen op bijstandsniveau te worden voldaan. Ook als voor het maken van deze kosten een objectieve noodzaak bestaat, kan daarvoor alleen bijzondere bijstand worden verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden en de kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. Of iemand voor de kosten heeft kunnen reserveren of de kosten via gespreide betaling achteraf kan voldoen, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
Het standpunt van eiseres
4. Eiseres betoogt dat er sprake is van bijzondere omstandigheden om de gevraagde bijzondere bijstand toe te kennen. Zij woont boven een garage en de woning is slecht geïsoleerd. De vloer in de woning is slecht geïsoleerd en laat veel kou door. Daarom wil eiseres de oude houten planken verwijderen, de vloer beter isoleren en laminaat laten leggen. Eiseres heeft te kampen met medische klachten en heeft het snel erg koud en moet hierdoor ontzettend veel stoken, waardoor zij een extreem hoge energierekening heeft die zij niet kan betalen (zij ontvangt een WIA-uitkering en een aanvullende bijstandsuitkering). Eiseres betoogt dat zij niet heeft kunnen reserveren, vanwege een enorme stijging van de kosten van levensonderhoud door de extreme inflatie in de afgelopen jaren. Eiseres voelt zich verplicht om haar zoon te ondersteunen die een WSNP-traject doorloopt.
De wet- en regelgeving en rechtspraak
5. Artikel 35, eerste lid, van de Pw bepaalt dat de alleenstaande of het gezin, onverminderd paragraaf 2.2, recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, de individuele studietoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, waarbij artikel 31, tweede lid, en artikel 34, tweede lid, niet van toepassing zijn. Het college bepaalt het begin en de duur van de periode waarover het vermogen en het inkomen in aanmerking wordt genomen.
6. Stofferingskosten zijn incidentele algemene kosten van het bestaan. Deze kosten dient eiseres in beginsel uit haar bijstandsuitkering te voldoen. Bijzondere bijstand wordt alleen verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden en de kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. Of iemand voor de kosten heeft kunnen reserveren of de kosten via gespreide betaling achteraf kan voldoen, wordt beoordeeld in het kader van de vraag of de zich voordoende, noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. [1]
7. In geschil is of de kosten noodzakelijk waren en voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden.
8. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiseres als aanvrager van bijzondere bijstand is om aannemelijk te maken dat zij voldoet aan de voorwaarden voor verlening van de gevraagde bijstand. Dat betekent in dit geval dat eiseres aannemelijk moet maken dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en dat zij daarvoor niet heeft kunnen reserveren. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres daar niet in geslaagd. Het betoog van eiseres dat ze boven een garage woont, dat de woning slecht geïsoleerd is, dat zij medische klachten heeft waardoor zij het snel koud heeft en dat zij hierdoor veel moet stoken en hoge energiekosten heeft, maakt niet dat sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35 van Pro de Pw.
De rechtbank licht dat als volgt toe.
9. De door eiseres gestelde slechte isolatie van de woning hangt samen met de kwaliteit van de gehuurde woning. Dit is geen bijzondere omstandigheid die aanleiding geeft tot verlening van bijzondere bijstand voor stofferingskosten. Vloerisolatie is een taak die ligt bij de verhuurder. Niet is gebleken dat eiseres een verzoek voor vloerisolatie bij de verhuurder heeft neergelegd. Eiseres heeft niet met stukken onderbouwd dat het redelijkerwijs noodzakelijk is om de vloer (beter) te isoleren en dat de verhuurder weigert dit te organiseren en te bekostigen. Niet is gebleken dat uitsluitend de aangevraagde voorzieningen noodzakelijk of passend zijn. Eiseres stelt alleen dat het noodzakelijk is om de vloer (beter) te isoleren en dat de verhuurder hier niet aan mee zou willen werken, maar voor het vaststellen van de noodzakelijkheid van de kosten en de bijzondere omstandigheden waar deze kosten mogelijk uit voort zouden vloeien, is op zijn minst een onderbouwing met stukken nodig en deze onderbouwing ontbreekt geheel.
10. Ook de stelling van eiseres dat zij medische klachten heeft, is niet met medische of andere objectieve stukken onderbouwd. Er zijn geen medische verklaringen of adviezen
overgelegd waaruit blijkt dat het voor eiseres medisch noodzakelijk is om de vloer te isoleren of om de aanwezige vloerbedekking te vervangen door laminaat. De enkele stelling dat eiseres het snel koud heeft, is daarvoor onvoldoende. Voor hogere energiekosten door een hogere warmtebehoefte door medische klachten, is bovendien een andere vorm van bijzondere bijstand, een warmtetoeslag, voorliggend.
11. Alleen al om deze redenen is niet aannemelijk gemaakt dat de kosten noodzakelijk waren en voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden. Op de reserveringsmogelijkheden van eiseres hoeft de rechtbank niet meer in te gaan.
12. Van strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel is de rechtbank niet gebleken. Het college heeft de aanvraag beoordeeld aan de hand van de toepasselijke wettelijke bepalingen en beleidsregels. Daarbij zijn de door eiseres aangevoerde omstandigheden betrokken. Eiseres is bovendien in bezwaar gehoord. Dat eiseres het niet eens is met het bestreden besluit betekent niet dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en/of onvoldoende is gemotiveerd.

Conclusie en gevolgen

13. De beroepsgronden slagen niet. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Rop, rechter, in aanwezigheid van R.P. Evegaars, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (de Raad) van 4 april 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:1252.