ECLI:NL:RBROT:2026:7414

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
11795213 CV EXPL 25-15425
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 143 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet tegen vonnis uit 2015 wegens ontbreken verstek

Op 6 maart 2015 is een vonnis gewezen tussen Direct Pay Services B.V. en eiser, waarbij eiser is veroordeeld tot betaling van € 751,91. Eiser stelde verzet in tegen dit vonnis met een dagvaarding van 8 juli 2025.

De rechtbank oordeelt dat verzet alleen mogelijk is tegen een verstekvonnis, terwijl uit het vonnis van 2015 blijkt dat eiser niet bij verstek is veroordeeld. Eiser was formeel in de procedure verschenen door het verzoek om uitstel om te reageren, ook al heeft hij daarna niet tijdig geantwoord. Hierdoor is het vonnis op tegenspraak gewezen.

Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet en wordt de vordering niet inhoudelijk behandeld. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de kant van de curator op nihil worden begroot omdat geen kosten zijn gesteld of gebleken.

Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen het vonnis uit 2015 omdat dit geen verstekvonnis betreft.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11795213 CV EXPL 25-15425
datum uitspraak: 26 juni 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser],
woonplaats: [woonplaats],
eiser in verzet,
die zelf procedeert,
tegen
[gedaagde], in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van
Direct Pay Services B.V.,
vestigingsplaats: Barendrecht,
gedaagde in verzet,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘[eiser]’, ‘de curator’ en ‘Direct Pay’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het vonnis van de kantonrechter van 6 maart 2015 met zaaknummer 3753297;
  • de verzetdagvaarding van 8 juli 2025, met bijlagen.

2.De beoordeling

2.1.
Op 6 maart 2015 is een vonnis gewezen tussen Direct Pay en [eiser], waarbij [eiser] onder andere is veroordeeld tot betaling van € 751,91. Hij is het hiermee niet eens en heeft met de dagvaarding van 8 juli 2025 verzet ingesteld tegen dat vonnis.
2.2.
In artikel 143 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering staat dat verzet kan worden gedaan door een gedaagde die bij verstek is veroordeeld. Uit het vonnis blijkt echter dat [eiser] niet bij verstek is veroordeeld. Daarin staat namelijk dat op zijn verzoek uitstel is verleend om te reageren op de dagvaarding van Direct Pay, maar dat hij dat niet binnen de gegeven termijn heeft gedaan. Dit betekent dat hij formeel wel in de procedure is verschenen en dat dus ook geen verstek tegen hem is verleend. Er is vervolgens een vonnis op tegenspraak gewezen.
2.3.
Gelet op dat wat hiervoor staat is de conclusie dat [eiser] geen verzet kan instellen tegen het vonnis van 6 maart 2015. Hij wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Deze wordt dus niet inhoudelijk besproken.
2.4.
Omdat [eiser] ongelijk krijg wordt hij veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de kant van de curator begroot op nul euro, omdat niet is gesteld of gebleken dat hij in deze procedure kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn vordering;
3.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van deze procedure, die aan de kant van de curator worden begroot op € 0,-.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
53954