Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het vonnis van de kantonrechter van 6 maart 2015 met zaaknummer 3753297;
- de verzetdagvaarding van 8 juli 2025, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Op 6 maart 2015 is een vonnis gewezen tussen Direct Pay Services B.V. en eiser, waarbij eiser is veroordeeld tot betaling van € 751,91. Eiser stelde verzet in tegen dit vonnis met een dagvaarding van 8 juli 2025.
De rechtbank oordeelt dat verzet alleen mogelijk is tegen een verstekvonnis, terwijl uit het vonnis van 2015 blijkt dat eiser niet bij verstek is veroordeeld. Eiser was formeel in de procedure verschenen door het verzoek om uitstel om te reageren, ook al heeft hij daarna niet tijdig geantwoord. Hierdoor is het vonnis op tegenspraak gewezen.
Daarom wordt eiser niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet en wordt de vordering niet inhoudelijk behandeld. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de kant van de curator op nihil worden begroot omdat geen kosten zijn gesteld of gebleken.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen het vonnis uit 2015 omdat dit geen verstekvonnis betreft.