ECLI:NL:RBROT:2026:7419

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
C/10/713999 / FA RK 26-728
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:28 BWArt. 1:28a BWArt. 1 lid 2 Protocol nr. 12 EVRMArt. 8 EVRMArt. 26 IVBPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging geslachtsregistratie naar non-binair (X) in geboorteakte

De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek van een persoon die zich non-binair identificeert om de geslachtsregistratie in de geboorteakte te wijzigen naar 'X'. Hoewel er geen wettelijke basis bestaat voor een dergelijke wijziging, heeft de Hoge Raad in eerdere uitspraken aangegeven dat de rechter in concrete gevallen kan beslissen.

De verzoeker heeft een duurzame overtuiging niet als man of vrouw te worden geregistreerd, wat niet strookt met de huidige registratie. De rechtbank overweegt dat het ongerechtvaardigd onderscheid oplevert dat alleen wijziging naar het andere geslacht mogelijk is, en dat het recht op genderidentiteit valt onder artikel 8 EVRM Pro.

Ondanks het ontbreken van een deskundigenverklaring, acht de rechtbank het verzoek niet lichtzinnig en concludeert dat de innerlijke overtuiging duurzaam is. Daarom wordt de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast een latere vermelding toe te voegen aan de geboorteakte met de geslachtsaanduiding 'X'.

Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de geslachtsregistratie naar non-binair (X) in de geboorteakte wordt toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team familie
Zaaknummer / rekestnummer: C/10/713999 / FA RK 26-728
Beschikking van 29 mei 2026 over wijziging geboorteakte
in de zaak van:
[naam], hierna: [naam] ,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. K.S.M. Smienk te De Meern (gemeente Utrecht).
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Gorinchem, hierna: de ambtenaar.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met bijlagen van [naam] , ingekomen op 28 januari 2026;
  • het bericht van de ambtenaar van 21 mei 2026.
1.2.
[naam] heeft afgezien van een mondelinge behandeling. De rechtbank ziet geen aanleiding om een mondelinge behandeling te gelasten en zal de zaak op de stukken afdoen.

2.De vaststaande feiten

2.1.
[naam] is geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] en bezit de Nederlandse nationaliteit.
2.2.
Aan [naam] is, de volgende voornaam gegeven: [voornaam] .
2.3.
Op basis van de geboorteakte is [naam] in de registers van de burgerlijke stand opgenomen als zijnde van het mannelijk geslacht.

3.De beoordeling

3.1.
[naam] verzoekt de ambtenaar te gelasten aan diens geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, in die zin dat het geslacht X zal zijn.
3.2.
[naam] heeft aan diens verzoeken ten grondslag gelegd dat [naam] een non-binaire beleving van diens gender heeft en zich niet identificeert als man of als vrouw.
3.3.
De ambtenaar refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
3.4.
De rechtbank overweegt dat op dit moment geen wettelijke grondslag bestaat voor
een wijziging van de geslachtsregistratie in een geboorteakte naar een X of een andere
geslachtsneutrale aanduiding. Het is in beginsel aan de wetgever hiervoor een voorziening
te treffen. De Hoge Raad heeft in zijn prejudiciële beslissing van 4 maart 2022 geconcludeerd dat, zolang er geen wettelijke regeling is, het aan de rechter is om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen (ECLI:NL:HR:2022:336). Inmiddels zijn er opnieuw prejudiciële vragen gesteld. In zijn uitspraak van 19 december 2025 heeft de Hoge Raad afgezien van het beantwoorden van die prejudiciële vragen. Dit omdat "de ontwikkelingen nadien, waaruit blijkt dat het onderwerp de aandacht van het parlement en de regering heeft behouden, de Hoge Raad geen aanleiding geven om nu anders te beslissen" (ECLI:NL:HR:2025:1959).
3.5.
Met het intrekken van het wetsvoorstel 35825 is er op dit moment, anders dan ten tijde van de uitspraak van de Hoge Raad van 4 maart 2022, geen zicht op wetgeving in de nabije toekomst waarmee genderneutrale registratie in een geboorteakte wettelijk mogelijk zal worden gemaakt. Toch is de Hoge Raad in de uitspraak van 19 december 2025 niet overgegaan tot beantwoording van de prejudiciële vragen en is verwezen naar de eerdere uitspraak van 4 maart 2022. Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook voor wat betreft de non-binaire geslachtsregistratie geen sprake van een kentering in de politieke en maatschappelijke opvatting. Dat een geslachtsneutrale registratie in Nederland steeds breder wordt aanvaard, blijkt onder meer uit het feit dat op 25 oktober 2025 zeven politieke partijen (waaronder de vier van de vijf partijen die daarna bij de verkiezingen de meeste stemmen hebben gekregen: D66, CDA, VVD en GroenLinks-PvdA) het “Regenboog Stembusakkoord 2025” hebben ondertekend. Daarin is het voornemen opgenomen voor
"een wettelijke mogelijkheid om, zonder tussenkomst van de rechter, de geslachtsvermelding in officiële documenten zoals het paspoort te laten doorhalen met een 'X' op dezelfde wijze als die vermelding wijst van V naar M of andersom".Ook uit (recente) jurisprudentie blijkt een consistente lijn waarin verzoeken tot wijziging van de geslachtsregistratie naar een non-binaire aanduiding worden toegewezen. De intrekking van het wetsvoorstel is voor geen enkele rechtbank of hof aanleiding geweest om beslissingen op voorliggende verzoeken aan te houden. De rechtbank constateert daarom dat er nog altijd sprake is van een maatschappelijke erkenning en (een trend naar) juridische erkenning van een neutrale geslachtelijke identiteit en dat het aan de rechter is om in elke concrete zaak aan de hand van de aard en inhoud van het verzoek en de verdere omstandigheden van het geval te beslissen.
3.6.
De rechtbank is van oordeel dat het onderhavige verzoek tot wijziging van de geslachtsaanduiding op dezelfde wijze moet worden benaderd als verzoeken op grond van artikel 1:28 BW Pro, die zien op personen die de – door een deskundige getoetste en onderschreven – overtuiging hebben tot het ‘andere geslacht’ te behoren. Dit artikel voorziet niet in de mogelijkheid om te kiezen voor een non-binaire geslachtsaanduiding. Dit levert naar het oordeel van de rechtbank een ongerechtvaardigd en ongeoorloofd onderscheid op tussen personen die de overtuiging hebben tot het andere geslacht te behoren en personen die de overtuiging hebben buiten de exclusief mannelijke of vrouwelijk geslachtsaanduiding te vallen (non-binair), als bedoeld in artikel 26 IVBPR Pro en artikel 1 lid 2 van Pro Protocol nr. 12 EVRM.
3.7.
Op grond van artikel 1:28a BW moet bij een verzoek om wijziging van het geslacht naar het andere geslacht in de geboorteakte een deskundigenverklaring worden overgelegd. Bij analoge toepassing van dit artikel in situaties waarin iemand zich identificeert als non-binair, is in beginsel dus een deskundigenverklaring vereist die vermeldt dat degene op wie de aangifte betrekking heeft jegens de deskundige heeft verklaard de overtuiging te hebben een genderneutraal geslacht te hebben en jegens de deskundige er blijk van heeft gegeven diens voorlichting omtrent de reikwijdte en de betekenis van deze staat te hebben begrepen en de wijziging van de vermelding van de genderneutrale geslachtsaanduiding in de akte van geboorte weloverwogen te blijven wensen. De rechtbank stelt vast dat een dergelijke verklaring van een deskundige in de onderhavige zaak ontbreekt. Wel is er een verklaring overgelegd van diens behandelaar.
3.8.
Naar het oordeel van de rechtbank is een genderbeleving geen objectief verifieerbaar gegeven dat door een deskundige is vast te stellen. Dit wordt onderkend in de huidige maatschappelijke ontwikkelingen De rechtbank beoordeelt of in deze situatie, waarin een deskundigenverklaring ontbreekt, kan worden vastgesteld dat het besluit niet lichtzinnig is genomen. Daarbij is van belang dat op basis van de stukken kan worden aangenomen dat de overtuiging een genderfluïde persoon te zijn een duurzaam karakter heeft.
3.9.
De rechtbank stelt vast dat [naam] zich niet identificeert als man of vrouw en dat de geslachtsvermelding man of vrouw niet overeen komt met de innerlijke overtuiging van [naam] . Deze overtuiging bestaat al geruime tijd en wordt door [naam] uitgedragen in contacten met derden. Er is dan ook sprake van een duurzame overtuiging over diens genderidentiteit. Verder stelt de rechtbank vast dat de beslissing een wijziging van de geslachtsaanduiding te vragen niet lichtzinnig heeft genomen.
3.10.
[naam] heeft er daarom recht op en belang bij dat diens akte van geboorte in overeenstemming wordt gebracht met het feit dat die zich niet identificeert als man of vrouw. Ontzegging van een geslachtsregistratie overeenkomstig die innerlijke overtuiging zou in strijd zijn met artikel 8 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft reeds bevestigd dat het recht op genderidentiteit en persoonlijke ontwikkeling een fundamenteel element van artikel 8 EVRM Pro vormt en genderidentiteit één van de meest intieme aspecten van het privéleven en één van de meest wezenlijke elementen van zelfbeschikking vormt (EHRM 31 januari 2023, ECLI:CE:ECHR:2023:0131JUD007688817, Y tegen Frankrijk).
3.11.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de ambtenaar gelasten aan de akte van geboorte van betrokkene een latere vermelding toe te voegen van wijziging van het geslacht, waarbij het gewijzigde, non-binaire, geslacht zal worden aangeduid met ‘X’. Het verzoek wordt toegewezen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om aan de geboorteakte ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente Gorinchem van het jaar 1990 met nummer [nummer] een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht wordt vermeld met X;
4.2.
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Gorinchem zoals bepaald in artikel 1:20e lid 1 BW.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Siemons, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Witte op 29 mei 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere manier bekend is geworden.