ECLI:NL:RBROT:2026:743

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
11748109 CV EXPL 25-13643
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 7:225 BWArt. 7:248 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

De zaak betreft een geschil tussen Stichting Maasdelta Groep en de huurders van een woning in Spijkenisse over een huurachterstand. Maasdelta vordert betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De huurders zijn niet verschenen op de zitting en hebben geen verweer gevoerd tegen de huurspecificatie.

De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand op het moment van de zitting € 2.249,69 bedraagt, mede na een betaling van € 761,97 door de huurders. De huurovereenkomst wordt ontbonden op grond van artikel 6:265 BW Pro vanwege de langdurige en ernstige betalingsachterstand sinds 2020. De huurders worden veroordeeld tot betaling van de achterstand, incassokosten van € 443,44, en wettelijke rente.

Daarnaast moeten de huurders de woning binnen 14 dagen ontruimen en een gebruiksvergoeding van € 761,97 per maand betalen tot de dag van ontruiming. De proceskosten van € 1.337,43 worden eveneens aan de huurders opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurders worden veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, incassokosten, rente, ontruiming binnen 14 dagen en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11748109 CV EXPL 25-13643
datum uitspraak: 9 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Maasdelta Groep,
vestigingsplaats: Spijkenisse,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen

1..[gedaagde 1] ,

2. [gedaagde 2] ,
woonplaats: [woonplaats] ,
gedaagden,
die zelf procederen.
De partijen worden hierna ‘Maasdelta’ en ‘ [gedaagde 1] c.s.’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 4 juni 2025, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de mail van de gemachtigde van Maasdelta van 19 juni 2025;
  • de brief van de gemachtigde van Maasdelta van 1 december 2025.
1.2.
Op 10 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Namens Maasdelta was mevrouw [persoon A] , incassomedewerker, aanwezig. Zij werd bijgestaan door de heer [persoon B] namens de gemachtigde. [gedaagde 1] c.s. zijn niet verschenen.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde 1] c.s. huren de woning aan de [adres] in Spijkenisse van Maasdelta. De huur is nu € 761,97 per maand. Op dit moment is er een huurachterstand. Maasdelta eist dat [gedaagde 1] c.s. die huurachterstand betalen en dat de kantonrechter de huurovereenkomst ontbindt. [gedaagde 1] c.s. moeten van de kantonrechter inderdaad de huurachterstand betalen en de woning verlaten. Hierna wordt uitgelegd waarom.
[gedaagde 1] c.s. moeten een huurachterstand van € 2.249,69 betalen
2.2.
[gedaagde 1] c.s. zijn niet op de zitting verschenen en hebben niet aangegeven dat de recente huurspecificatie (van 1 december 2025) van Maasdelta niet klopt. Uit het niet verschijnen van een partij op de zitting kan de rechter de gevolgtrekking maken die hij geraden acht (artikel 88 lid 2 Rv Pro). Dat betekent in dit geval het volgende. De kantonrechter gaat ervan uit dat de huurachterstand op het moment van de zitting € 2.249,69 bedraagt, zoals aangegeven door Maasdelta. Tijdens de zitting heeft zij toegelicht dat [gedaagde 1] c.s. na het verstrekken van dit overzicht een betaling van € 761,97 hebben gedaan. De huurachterstand tot en met de maand december 2025 komt daarmee uit op het voornoemde bedrag van € 2.249,69. [gedaagde 1] c.s. worden veroordeeld om dit bedrag aan Maasdelta te betalen.
De huurovereenkomst wordt ontbonden
2.3.
De huurovereenkomst wordt ontbonden, omdat [gedaagde 1] c.s. verplicht waren om de huur op tijd te betalen en dat niet hebben gedaan (artikel 6:265 BW Pro). De huurachterstand bedraagt drie maanden en dat is, mede gelet op de lange duur van de betalingsachterstand (vanaf 2020), ernstig genoeg om de huurovereenkomst te beëindigen. [gedaagde 1] c.s. hebben geen omstandigheden aangevoerd die dit anders zouden maken.
[gedaagde 1] c.s. moeten de woning ontruimen en een gebruiksvergoeding betalen
2.4.
Omdat de huurovereenkomst is ontbonden, moeten [gedaagde 1] c.s. de woning met al hun spullen verlaten. Dat moet binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis.
2.5.
Tot en met de dag van de ontruiming moeten [gedaagde 1] c.s. een gebruiksvergoeding van € 761,97 per maand betalen (artikel 7:225 BW Pro). Maasdelta eist ook een vergoeding voor de rest van de maand, maar heeft niet uitgelegd waarom [gedaagde 1] c.s. die moeten betalen. Daarom wordt dit deel van de eis afgewezen. Voor het verhogen van de gebruiksvergoeding gelden dezelfde regels (artikel 7:248 BW Pro) als voor het verhogen van de huur.
[gedaagde 1] c.s. moeten incassokosten betalen
2.6.
De incassokosten van € 443,44 (inclusief btw) worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW Pro).
[gedaagde 1] c.s. moeten rente betalen
2.7.
De rente wordt toegewezen op de wijze zoals opgenomen in de beslissing van dit vonnis, omdat Maasdelta genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde 1] c.s. dat niet hebben betwist. Daarom zit in het totale bedrag dat [gedaagde 1] c.s. aan Maasdelta moeten betalen de rente van € 442,32 die Maasdelta heeft berekend tot de dag van dagvaarding.
Geen oneerlijke bepalingen
2.8.
De kantonrechter heeft onderzocht of er oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst.
[gedaagde 1] c.s. moeten de proceskosten betalen
2.9.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde 1] c.s., omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde 1] c.s. aan Maasdelta moeten betalen op € 146,43 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 542,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 271,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.337,43. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
2.10.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Maasdelta dat eist en [gedaagde 1] c.s. daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] c.s. hoofdelijk om aan Maasdelta te betalen € 3.135,45 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de hoofdsom die na iedere wijziging vanaf de dag van dagvaarding heeft opengestaan tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
ontbindt de huurovereenkomst tussen de partijen en veroordeelt [gedaagde 1] c.s. om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis de woning aan de [adres] in Spijkenisse te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde 1] c.s. bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Maasdelta te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde 1] c.s. om vanaf januari 2026 tot en met de dag waarop de ontruiming plaatsvindt aan Maasdelta te betalen € 761,97 per maand met de verhoging die is toegestaan;
3.4.
veroordeelt [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten, die aan de kant van Maasdelta worden begroot op € 1.337,43;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
43416