8.1.De spoedsluiting heeft tot gevolg dat verzoeker nu drie maanden lang geen toegang heeft tot zijn woning en, al dan niet tijdelijk, dakloos is. Op de zitting heeft verzoeker toegelicht dat hij op dit moment geen vaste slaapplaats heeft, maar wisselend in de opvang (via het maatschappelijk werk) en bij familie en bekenden slaapt. De voorzieningenrechter neemt daarom het spoedeisend belang wel aan en zal de zaak inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijke beoordeling van het verzoek
9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
10. Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning harddrugs wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.
11. De burgemeester voert beleid om de handel in drugs in de gemeente Nissewaard tegen te gaan. Dit beleid staat in de Beleidsregels artikel 13b Opiumwet Nissewaard 2019(de Beleidsregels). Volgens dit beleid wordt als uitgangspunt aanvaard dat bij aanwezigheid van 0,5 gram harddrugs (of minder) de aangetroffen hoeveelheid nog als een gebruikershoeveelheid kan worden gezien. Daarnaast volgt uit dit beleid dat de burgemeester bij het aantreffen van meer dan 5 gram harddrugs in een woning in beginsel over gaat tot sluiting van de woning voor de duur van drie maanden.
12. De voorzieningenrechter stelt vast dat in de woning harddrugs zijn aangetroffen. De voorlopige bestuurlijke rapportage van 2 mei 2026 vermeldt een hoeveelheid van in elk geval 116 gram (bruto) cocaïne. Uit de definitieve bestuurlijke rapportage van 16 mei 2026 volgt dat het gaat om ieder geval 73,9 gram (netto) cocaïne en 27,3 gram (netto) heroïne. Cocaïne en heroïne komen voor op lijst I van de Opiumwet. De aangetroffen hoeveelheid betreft alles bij elkaar een ruime overschrijding van wat nog als een gebruikershoeveelheid wordt gedoogd. Naast de harddrugs zijn in de woning ook 194,5 gram (netto) versnijdingsmiddel, verpakkingsmaterialen en een stroomstootwapen aangetroffen. De burgemeester heeft daarom kunnen aannemen dat de drugs in de woning aanwezig waren voor de verkoop, aflevering en/of verstrekking ervan. Verzoeker heeft niet betwist dat de burgemeester op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet bevoegd is om de woning te sluiten. De voorzieningenrechter ziet geen reden om daar anders over te oordelen.
Had de burgemeester met een minder ingrijpend middel moeten volstaan?
13. De burgemeester is niet verplicht de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet te gebruiken. Hij dient een belangenafweging te maken bij zijn beslissing of en op welke wijze hij van die bevoegdheid gebruik maakt. De burgemeester heeft daartoe de eerder genoemde Beleidsregels vastgesteld. Een sluiting van de woning voor drie maanden past binnen dit beleid. Dit betekent echter nog niet dat de burgemeester dan in alle gevallen zonder meer tot sluiting kan overgaan. Steeds zal hij moeten beoordelen of zijn optreden in een concreet geval evenredig is. De burgemeester moet zich ervan vergewissen dat de sluiting van een woning en de duur ervan geschikt, noodzakelijk en evenwichtig zijn om de met de sluiting gediende doelen te bereiken.
14. Niet is in geschil dat de sluiting van de woning op zichzelf een geschikt middel is om het doel te bereiken dat de burgemeester voor ogen heeft, namelijk het herstel van de openbare orde, het verder voorkomen van overtredingen in of vanuit de woning en het wegnemen van de bekendheid van de woning in het criminele (drugs)circuit. Daarbij is een sluiting tevens een geschikt middel om een signaal af te geven aan de omgeving en aan drugscriminelen, dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit.
15. Indien de sluiting geschikt is dient de burgemeester wel de noodzaak van de sluiting te beoordelen. Daarbij gaat het om de vraag of de burgemeester met een minder ingrijpend middel (een waarschuwing of last onder dwangsom) had kunnen en dus moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt.