Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op 24 april 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA. De toezichthouder schrijft in het rapport onder meer het volgende.
“
Datum en tijdstip van de bevinding: 8 september 2023 omstreeks 10:31 uur.
In het bedrijf aangesproken en gelegitimeerd aan: [naam], functie: Manager Koud Vlees en Expeditie.
Tijdens mijn inspectie bevond ik mij in de expeditie van het slachthuis. De chef van de expeditie had mij gebeld dat het vlees dat geëxporteerd ging worden, klaar hing om in de vrachtwagen geladen te worden. Ik ben naar de expeditie gegaan en de chef heeft mij het te exporteren vlees aangewezen, zodat ik het kon inspecteren.
Ik zag daar tijdens deze inspectie tussen het voor humane consumptie goedgekeurde te exporteren vlees, twee halve kalverkarkassen hangen herkenbaar aan de stempel met EG keurmerk. Hier op was bezoedeling te zien, zie foto 1 en 2.
Bij beide karkassen zat de bezoedeling aan de buitenzijde van de achter schenkel. De bezoedeling was bruin/groenig van kleur en had een vezelige structuur, zie foto 1 en 2. Door de kleur en structuur van de bezoedeling herkende ik het als mest.
Ik heb de chef van de expeditie hiervan op de hoogte gesteld en deze de opdracht gegeven om deze bezoedeling te verwijderen. Vervolgens heb ik [Manager Koud Vlees en Expeditie] een rapport van bevindingen aangezegd.
Ik zag dat levensmiddelen niet in alle stadia van de productie en verwerking werden beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor de levensmiddelen ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie, schadelijk worden voor de gezondheid, dan wel op zodanige wijze kunnen worden verontreinigd dat zij redelijkerwijze niet meer in die staat kunnen worden geconsumeerd.”