De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen een boete van €17.500 die was opgelegd wegens overtreding van artikel 6.2, lid 1 van de Wet dieren, in samenhang met hygiënevoorschriften uit EU-verordeningen. De overtreding betrof het aantreffen van mestbezoedeling op twee kalverkarkassen in de expeditieafdeling van het slachthuis.
De toezichthouder van de NVWA had op 8 september 2023 tijdens een inspectie de bezoedeling vastgesteld en dit vastgelegd in een rapport met foto’s. Eiseres voerde aan dat het geen fecale bezoedeling betrof en overhandigde eigen onderzoek met kleurenfoto’s, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende verifieerbaar was en de deskundigheid van de toezichthouder niet ondermijnde.
Eiseres stelde ook dat de overtreding onder specifieke hygiënevoorschriften voor de uitslachtfase viel, maar de rechtbank volgde verweerder in de uitleg dat de constatering in een later stadium (expeditie) viel en daarom de algemene hygiënevoorschriften van toepassing zijn.
De rechtbank concludeerde dat de boete terecht was opgelegd en dat eiseres geen gronden had aangevoerd om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.