Uitspraak
1.Tenlastelegging
- een vuurwapen in zijn handen te nemen,
- dit vuurwapen door te laden,
- dit vuurwapen te richten en/of te houden in de richting van die [slachtoffer] en/of
- vervolgens het vuurwapen af te laten gaan,
waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat die [slachtoffer] een schotwond in de borst,
althans het bovenlichaam heeft bekomen, met als gevolg dat deze [slachtoffer] is overleden;
- een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 van Pro categorie II en/of III van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen van een tot op heden onbekend merk/type/kaliber en/of
- munitie in de zin van art. 1 onder Pro 4º van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in art. 2 lid 2 van Pro die wet van de categorie II onder 1º en/of categorie III, te weten één of meer kogelpatr(o)on(en) van een tot op heden onbekend merk/type/kaliber, voorhanden heeft gehad.
2.Bewijs
- een vuurwapen in zijn handen te nemen,
- dit vuurwapen door te laden,
- dit vuurwapen te houden in de richting van die [slachtoffer] en
waardoor het aan zijn schuld te wijten is dat die [slachtoffer] een schotwond in de borst heeft bekomen, met als gevolg dat deze [slachtoffer] is overleden;
- een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 van Pro categorie II van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen van een tot op heden onbekend merk/type/kaliber en
3.Kwalificatie en strafbaarheid
4.Straf
5.Vordering van de benadeelde partijen
- de aard, toedracht en gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad;
- de wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan;
- de aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire en secundaire slachtoffer.
6.Wettelijke voorschriften
7.Beslissingen
gevangenisstraf van 3 jaren;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] aan de staat
€ 20.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 1 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
54 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 2] aan de staat
€ 20.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 1 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
54 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 3] aan de staat
€ 20.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 1 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
54 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 4] aan de staat
€ 20.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 1 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
54 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 5] aan de staat
€ 20.000,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 1 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
54 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 6] aan de staat
€ 17.500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 1 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
47 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
de maatregel tot schadevergoedingop, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 7] aan de staat
€ 17.500,-te betalen, en de wettelijke rente vanaf 1 november 2025 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van maximaal
47 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.