Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
2.[gedaagde 2] ,
1.De procedure
- de dagvaardingen van 16 en 18 maart 2026, met bijlagen;
- het antwoord van [gedaagde 2] .
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een huurachterstand van de woning aan een adres in Rotterdam, gehuurd door twee medehuurders sinds februari 2024. Hef Wonen vordert betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
De rechtbank oordeelt dat beide huurders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de huurachterstand tot 1 juli 2026, ook al heeft de tweede huurder de woning eerder verlaten. De schuld bedraagt €7.893,59 inclusief rente en kosten. Voor de periode na 1 juli 2026 is alleen de eerste huurder aansprakelijk.
Er is een betalingsregeling getroffen waarbij de eerste huurder naast de lopende huur maandelijks €300,- aflost. Bij niet-nakoming van deze regeling of het niet tijdig betalen van de huur wordt de huurovereenkomst ontbonden en moet de woning binnen veertien dagen worden ontruimd.
De rechtbank wijst de gevraagde ontbinding toe onder deze voorwaarden en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Een vergoeding voor de rest van de maand na ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand en bij niet-nakoming volgt ontbinding en ontruiming van de woning.