ECLI:NL:RBROT:2026:8247
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieaanvraag kinderopvangtoeslag wegens ontbreken aanvragerschap
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor compensatie op grond van de Wet Herstel Toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen had haar aanvraag afgewezen omdat uit de systemen niet bleek dat zij kinderopvangtoeslag had aangevraagd of ontvangen in het jaar 2005.
De rechtbank overwoog dat compensatie op grond van de Wht alleen kan worden toegekend aan aanvragers van kinderopvangtoeslag die schade hebben geleden. De Dienst Toeslagen had zorgvuldig onderzoek gedaan door het BSN-nummer van eiseres in verschillende systemen te controleren, waaruit bleek dat geen aanvraag of terugvordering van kinderopvangtoeslag op haar naam was geregistreerd.
Eiseres had ter onderbouwing een ongedateerde verklaring van haar zus, een lijst met kinderopvanginstellingen en een foto uit 2002 overgelegd, maar geen facturen, betaalbewijzen of contracten uit 2005. De rechtbank vond deze stukken onvoldoende om aan te nemen dat zij in 2005 daadwerkelijk kinderopvang had afgenomen.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen, omdat de Wht een formele wet is en toetsing aan algemene rechtsbeginselen in beginsel niet mogelijk is. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees proceskosten en griffierecht af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar compensatieaanvraag op grond van de Wht wordt ongegrond verklaard omdat niet is gebleken dat zij aanvrager van kinderopvangtoeslag was.