Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 28 mei 2026, met bijlagen;
- de brief van 9 juni 2026 van de gemachtigde van Woonstad Rotterdam, met productie 9.
Rechtbank Rotterdam
Woonstad Rotterdam heeft een huurovereenkomst gesloten met gedaagde voor een studentenkamer, waarbij voortzetting afhankelijk is van inschrijving bij een onderwijsinstelling. Gedaagde heeft herhaaldelijk verzocht om bewijs van inschrijving niet ingewilligd en is niet verschenen op afspraken om dit aan te tonen.
Woonstad Rotterdam heeft de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik en vordert ontruiming. Gedaagde reageerde niet op de opzegging en heeft een huurachterstand van €4.972,05 opgebouwd. De kantonrechter acht het aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden beëindigd.
Daarom wordt in kort geding vooruitgelopen op de beëindiging en wordt gedaagde veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen na betekening, betaling van de huurachterstand en lopende huur, en betaling van proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de studentenkamer en betaling van huurachterstand en lopende huur.