Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 juli 2026 in de zaak tussen
Solvinity Group B.V.(Solvinity), te Amsterdam,
Host Lux S.à.r.l.(Host Lux), te Luxemburg,
de staatssecretaris van Economische Zaken, de staatssecretaris
Stichting Human Rights in Finance.EU, te Amsterdam (vertegenwoordiger: S. Lelieveldt),
Stichting Firewall, te Amsterdam (gemachtigden: mr. R.C.V. Mans en M.Ch. Kaaks) en
Stichting Privacy First, te Amsterdam (gemachtigden: mrs. R.C.V. Mans en M.Ch. Kaaks).
Procesverloop
2 juli 2026 hoger beroep ingesteld bij (de voorzieningenrechter van) het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) en om een spoedvoorziening verzocht. Bij uitspraak van 3 juli 2026 (zaaknummers 26/422 en 26/423) heeft de voorzieningenrechter van het CBb zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het hoger beroep en zich voorts onbevoegd verklaard kennis te nemen van het verzoek om een voorlopige voorziening.
De zitting heeft deels plaatsgevonden achter gesloten deuren zonder derde partijen. Verzoeksters hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Verder zijn namens verzoeksters verschenen [naam en functie] en [naam en functie]. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigden. De derde partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Verder zijn namens Stichting Firewall en Stichting Privacy First [naam] en [naam] verschenen.
Wettelijk kader, voorgeschiedenis en besluitvorming
Het verzoek
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De voorzieningenrechter stelt verder vast dat de staatssecretaris heeft geweigerd uitvoering te geven aan de beslissing van de voorzieningenrechter over beperkte kennisneming van
2 juli 2026 en blijkbaar ook verzoeksters onder druk heeft gezet om dat niet te doen. Ook nadat de voorzieningenrechter van het CBb uitspraak heeft gedaan op het hoger beroep en de in dat verband verzochte voorlopige voorziening van de staatssecretaris tegen de beslissing van 2 juli 2026, heeft de staatssecretaris wat betreft de versie van het verweerschrift voor verzoeksters niet volledig uitvoering gegeven aan die beslissing.
De door verzoeksters gestelde belangen zijn overwegend financieel van aard. Niet inzichtelijk is gemaakt dat die financiële belangen zo nijpend zijn dat de beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht, terwijl als het verbodsbesluit uiteindelijk onrechtmatig zou blijken te zijn de schade vergoedbaar is. De gestelde nadelige gevolgen voor de bedrijfsvoering en de werknemers van Solvinity vanwege de onzekerheid die het verbodsbesluit met zich brengt, zouden door een voorlopige voorziening niet worden weggenomen omdat die onzekerheid daarmee niet ten einde komt. Overigens vindt de voorzieningenrechter het met de staatssecretaris aannemelijker dat de gestelde terughoudendheid bij overheidsklanten om (meer) zaken te doen met Solvinity niet is veroorzaakt door het verbodsbesluit, maar door de beoogde overname door Kyndryl Nederland. […].
In dat kader zal de staatssecretaris in het besluit op bezwaar ook nader moeten ingaan op de mogelijkheid om de data waartoe Solvinity nu toegang toe heeft volledig voor haar te versleutelen en de sleutel in eigen beheer te houden of aan een derde te geven. In productie 8, dat door de staatsecretaris met een beroep op artikel 8:29 van Pro de Awb niet is vrijgegeven voor andere partijen, is daarover – onder verwijzing naar een eerder rapport van GreenbergTraurig – opgemerkt dat een Europese entiteit die gecodeerde data opslaat en niet in het bezit is van de sleutel om die data te decoderen naar verwachting (wegens ontoegankelijkheid van de data) niet in staat zal zijn te voldoen aan een opdracht bepaalde data te verstrekken aan Amerikaanse diensten, terwijl volgens deze berichtgeving de Amerikaanse wetgeving ook niet voorziet in een plicht om gecodeerde data te ontsleutelen indien niet over de sleutel wordt beschikt. In dat verband zal de staatssecretaris ook nader moeten toelichten voor welke dienstverlening het noodzakelijk is dat Solvinity toegang heeft tot de data en of niet, zoals door Solvinity bepleit op de zitting, onderscheid moet worden gemaakt tussen volledig geautomatiseerde toegang tot die data op permanente basis voor het scannen op veiligheidsrisico’s en de incidentele handmatige toegang tot data waar het om gaat bij een informatieverzoek van de Amerikaanse overheid.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst het verzoek af;
- bepaalt dat de staatssecretaris het door verzoeksters betaalde griffierecht van € 397 dient te vergoeden;
- veroordeelt de staatssecretaris in de door verzoeksters gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 3.401,25;
- veroordeelt de staatssecretaris in de door Stichting Firewall en Stichting Privacy First gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 1.360,50;
- veroordeelt de staatssecretaris in de door Stichting Human Rights in Finance.EU gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 92,90.