Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Odido NL Holding B.V. en haar dochtermaatschappijen, te Den Haag,
mr. Q.P.R. Mohr),
de minister van Economische Zaken (gemachtigden: mrs. G.A. Dictus, A.J. Boorsma, T.W. Franssen en M.J.W. Timmer).
Procesverloop in hoger beroep
27 oktober 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:10132).
€ 88.387,50 vergoed voor kosten vanwege door (deskundige) derden verleende bijstand die verband houden met de aanvraag om nadeelcompensatie en vergoeding van het overige deel van de gevorderde kosten ten bedrage van € 164.481,10 afgewezen.
mr. E.M. Tjon-En-Fa. Namens Odido hebben verder deelgenomen [naam 1] ,
[naam 2] en [naam 3] . Namens de minister hebben ook deelgenomen
ir. R.M. van der Luit, mr. D.L. Frowijn, mr. drs. K.M. van Leeuwen-Gerkema,
Samenvatting
Grondslag van het geschil
6 december 2019, te weten het Bvit. In artikel 2, tweede lid, van het Bvit is bepaald dat de minister een telecomaanbieder een verplichting oplegt om in kritieke onderdelen van het netwerk uitsluitend gebruik te maken van producten of diensten van zogenoemde vertrouwde leveranciers indien dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om risico’s voor de veiligheid en integriteit van diens netwerk of dienst die de nationale veiligheid of openbare orde raken, te beheersen.
T-Mobile kunnen worden geleverd.
ROT 22/1670).
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
(mede-)bescherming van de nationale veiligheid.
13 november 1990, Marleasing SA, punt 8 (ECLI:EU:C:1990:395)).
26 maart 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:190).
22 juni 1973 (ECLI:NL:HR:1973:AD2208). Verder is de definitie van aanbieders waarvoor de verplichting uit de maatregel geldt zo vaag dat op basis daarvan de reikwijdte van de maatregel gemakkelijk groter kan blijken of worden dan deze momenteel is.
Als tweede reden voor afwijzing van het verzoek heeft de minister genoemd dat hij als uitgangspunt hanteert dat hij geen voorschot toekent als de onderneming in kwestie niet in financiële problemen komt als deze eerst zelf de kosten moet dragen. In het geval van (toen nog) T-Mobile is het de minister niet gebleken dat T-Mobile bij het uitblijven van het toekennen van een voorschot in financiële problemen zou komen.
11 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3121). De uitspraak van de Afdeling van
13 maart 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ3968), waarnaar de rechtbank heeft verwezen, leent zich niet voor toepassing in dit geval. Anders dan in die zaak is bij Odido namelijk wel sprake van ondernemingen die in economische en juridische zin zelfstandige entiteiten zijn.
T-Mobile groep (heeft ge)maakt. Het gaat daarbij ook om kosten die in mindere mate of niets te maken hebben met mobiele netwerkdiensten.