ECLI:NL:RBROT:2026:8658
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot beëindiging moratorium op grond van niet-nakoming huurbetalingen niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster heeft op 11 juni 2026 een verzoek ingediend om een eerder verleende voorlopige voorziening (moratorium) op grond van artikel 287b Faillissementswet te beëindigen en de ontruiming van de huurwoning toe te staan.
De voorlopige voorziening was op 26 maart 2026 voor zes maanden toegekend onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig voldaan moesten worden. Verzoekster stelt dat de huur voor mei en juni 2026 niet tijdig is betaald en verzoekt daarom beëindiging van het moratorium.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster niet-ontvankelijk is omdat zij geen belang meer heeft. Er is immers een uitvoerbaar bij voorraad verklaard ontruimingsvonnis van 21 januari 2026, waarvan de tenuitvoerlegging slechts tijdelijk is opgeschort onder de voorwaarde van tijdige huurbetaling. Bij niet-nakoming eindigt het moratorium automatisch, waardoor verzoekster weer kan overgaan tot ontruiming.
De rechtbank ziet geen wettelijke grondslag voor het verzoek tot opheffing van de voorlopige voorziening en komt daarom niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Het verzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoek tot beëindiging van het moratorium wegens niet-tijdige huurbetaling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verhuurder geen belang meer heeft.