Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1],
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 augustus 2025, met bijlagen;
- de aantekeningen van het mondelinge antwoord;
- de e-mail van de gemachtigde van Hef Wonen van 4 december 2025, met bijlage;
- het proces-verbaal van de zitting op 16 december 2025;
- de akte van Hef Wonen van 7 mei 2026, met bijlage.
2.De beoordeling
nietoneerlijk is (ECLI:NL:GHDHA:2026:872).
geensprake van een wettelijke begrenzing van de huurverhoging. De kantonrechter oordeelt dat de enkele wettelijke beperking van de huurverhoging tot één maal per jaar op zichzelf niet maakt dat het wijzigingsbeding niet oneerlijk is.
ten tijde van het aangaan van de huurovereenkomstop basis van de toen geldende wet- en regelgeving niet kon inschatten wat de financiële gevolgen van dit beding konden zijn. Dit klemt temeer omdat Hef Wonen op grond van deze bepaling de huur
onbeperkt(namelijk “
met een door verhuurder nader te bepalen percentage”)kan verhogen. Dat leidt tot het oordeel dat het beding oneerlijk is. De identiteit van Hef Wonen als toegelaten instelling in de zin van artikel 19 Woningwet Pro en de omstandigheid dat over huurverhogingen is overlegd met de huurdersraad doen hieraan niet af.