Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de dagvaarding van 4 juni 2025, met producties 1 tot en met 7,
- de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie, met productie 1,
- de oproepingsbrieven van 29 oktober 2025, waarin de mondelinge behandeling is bepaald op 12 maart 2026,
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens akte houdende overlegging producties, met producties 8 tot en met 15,
- de mondelinge behandeling van 12 maart 2026.
3.De feiten
[kadasterkaart]
(…)
6.2 Partijen verklaren terzake van de gevolgen van de echtscheiding na uitvoering van het
- de casco woning aan [adres] : [perceelnummer 2] ;
- het perceel voor de nog te realiseren tuin: [perceelnummer 3] ;
- het perceel voor de nog te realiseren berging: [perceelnummer 4] ;
- het mandelige perceel: [perceelnummer 5] .
4.Het geschil
verkoopvan de tuin en de berging
aan een derdete vorderen. De rechtbank leidt hieruit af dat de vorderingen voor zover die zien op verkoop van de tuin en berging aan een derde door de man zijn ingetrokken.
5.De beoordeling
€ 296,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)