ECLI:NL:RBROT:2026:881

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
2 februari 2026
Zaaknummer
11890857 VZ VERZ 25-6203
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BWArt. 7:686a BWArt. 12 lid 4 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet en herstel van procesrechtelijke gebreken door bewindvoerder

De werkneemster, sinds oktober 2024 in dienst bij Eterij-Tapperij Rover B.V., is op 23 juli 2025 op staande voet ontslagen. Zij vordert een billijke vergoeding, transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding. Rover stelt dat zij niet-ontvankelijk is omdat zij onder bewind staat en het verzoekschrift niet door de bewindvoerder is ingediend.

De rechtbank stelt vast dat de rechten voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst onder bewind vallen en dat het verzoekschrift door de bewindvoerder had moeten worden ingediend. Desondanks krijgt de werkneemster de mogelijkheid het gebrek te herstellen door instemming van de bewindvoerder te tonen. De rechtbank concludeert dat uit de communicatie en een verklaring van de bewindvoerder blijkt dat deze instemt met de procedure.

De verklaring van de bewindvoerder, hoewel na sluiting van de zitting ingediend, wordt geaccepteerd om onnodige vertraging te voorkomen. De rechtbank bepaalt dat de bewindvoerder formele procespartij is en dat de zaak inhoudelijk zal worden behandeld tijdens een nieuwe zitting, waarvoor partijen hun beschikbaarheid moeten doorgeven.

Uitkomst: Werkneemster onder bewind mag procesgebrek herstellen door instemming bewindvoerder, waarna zaak inhoudelijk wordt behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11890857 VZ VERZ 25-6203
datum uitspraak: 6 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter
in de zaak van
[verzoekster],
woonplaats: Oudenhoorn,
verzoekster,
gemachtigde: mr. R. Meijers,
tegen
Eterij-Tapperij Rover B.V.,
vestigingsplaats: Oudenhoorn,
verweerster,
gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het verzoekschrift van [verzoekster], met bijlagen;
  • de spreekaantekeningen van Rover.
1.2.
Op 19 januari 2026 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig [verzoekster] met haar gemachtigde en namens Rover de gemachtigde.

2.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
2.1.
[verzoekster] werkte sinds 1 oktober 2024 bij Rover als vakkracht/bedrijfsleider. Zij is op 23 juli 2025 op staande voet ontslagen. [verzoekster] legt zich bij het ontslag neer, maar vraagt om een billijke vergoeding, een transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding. Rover vindt dat [verzoekster] niet-ontvankelijk is in haar verzoek, omdat zij onder bewind staat. Weliswaar klopt het dat [verzoekster] onder bewind staat, maar zij krijgt nog de kans om haar bewindvoerder te laten instemmen met het voeren van deze procedure. Hierna wordt uitgelegd waarom dit de uitkomst is.
Bewind
2.2.
[verzoekster] is vanaf 13 december 2022 onder bewind gesteld, met benoeming van Wellens-Goedhart bewindvoering B.V. te Zevenbergen tot haar bewindvoerder (hierna: de bewindvoerder). Dit betekent dat het beheer over de onder bewind staande goederen niet toe komt aan [verzoekster], maar aan de bewindvoerder en dat de bewindvoerder [verzoekster] vertegenwoordigt in en buiten rechte. Dat geldt ook in deze zaak, omdat de rechten van [verzoekster] die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst zijn aan te merken als goederen in de zin van artikel 1:431 BW Pro. Het verzoekschrift had daarom moeten worden ingediend door de bewindvoerder (q.q.) namens [verzoekster]. Omdat dat niet is gebeurd, is [verzoekster] op dit moment niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Herstel gebrek
2.3.
Anders dan Rover bepleit, wordt echter geoordeeld dat [verzoekster] het gebrek wel mag herstellen. Dat kan door instemming van de bewindvoerder (ECLI:NL:GHLEE:2010:BM1464). Dat, zoals betoogd, de bewindvoerder zich bewust van instemming met deze procedure heeft onthouden, kan niet worden vastgesteld. Volgens Rover volgt dat uit het uitblijven van een reactie van de bewindvoerder op de ontslagbrief die in kopie aan haar is gezonden. Die zienswijze wordt echter niet gedeeld. Het enkel ontbreken van die reactie of van schriftelijke instemming brengt niet zonder meer mee dat de bewindvoerder tegen deze procedure is. Zo heeft [verzoekster] op de zitting toegelicht dat zij wel met haar bewindvoerder heeft gesproken over het ontslag en een procedure en dat de bewindvoerder toen heeft gezegd dat [verzoekster] voor juridische bijstand bij haar gemachtigde moet zijn. Hieruit kan worden afgeleid dat de bewindvoerder juist wel heeft ingestemd met deze procedure. Hoe dan ook, moet [verzoekster] de gelegenheid krijgen om het gebrek te herstellen door het inbrengen van bewijs waaruit blijkt dat de bewindvoerder (alsnog) instemt met het voeren van deze procedure. Als dat bewijs er komt, neemt de bewindvoerder de procedure van [verzoekster] over. Voor de vervaltermijn van twee maanden als bepaald in artikel 7:686a BW wordt daarom de datum van indiening van het verzoekschrift aangehouden
2.4.
Rover wordt hierdoor niet in haar belangen geschaad. Als de bewindvoerder (alsnog) instemt met deze procedure, is de rechtsverhouding tussen werkgever en werknemer gewoon hoe die ook zou zijn geweest als [verzoekster] niet onder bewind zou staan. [verzoekster] zou op haar beurt wel ernstig in haar belangen worden geschaad als zij niet in de gelegenheid zou worden gesteld om alsnog bewijs van instemming van de bewindvoerder in te brengen. Dat is niet de achterliggende gedachte van de beschermingsbepaling. De reden dat [verzoekster] niet zelf als procespartij mag optreden is om haar goederen te beschermen. Niet (ook) om haar wederpartij ergens tegen te beschermen. Verder dient de positie van de rechthebbende niet meer te worden beperkt dan strikt noodzakelijk voor het bereiken van de beoogde bescherming (vgl. artikel 12 lid 4 van Pro het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap). Het bieden van de mogelijkheid tot herstel wordt dan ook geacht in lijn te zijn met de bedoeling van de wettelijke beschermingsregels.
Bewijs
2.5.
Op 29 januari 2026 is van de gemachtigde van [verzoekster] een mail ontvangen met als bijlage een verklaring van de bewindvoerder van 23 januari 2026 inhoudende dat zij instemt met deze procedure. In reactie hierop heeft de gemachtigde van Rover verzocht de mail en de verklaring buiten beschouwing te laten. Volgens hem is het indienen daarvan in strijd met de goede procesorde, omdat op de zitting daarvoor geen toestemming is gegeven. Uit procesrechtelijk oogpunt is dit juist. De zitting is gesloten waarna de zaak voor beschikking is gezet en dan is het in beginsel niet meer toegestaan nog stukken in te dienen. Daar staat tegenover dat de verklaring van de bewindvoerder is ontvangen en gelezen. Met die verklaring wordt voldaan aan de gelegenheid die in deze uitspraak aan [verzoekster] wordt geboden. Praktisch gezien en om onnodige vertraging in de procesgang te voorkomen wordt aanleiding gezien de verklaring niet buiten beschouwing te laten en op basis van de inhoud daarvan vast te stellen dat de bewindvoerder alsnog heeft ingestemd met deze procedure.
Vervolg
2.6.
Gelet op dat wat hiervoor is overwogen, wordt toegekomen aan een inhoudelijke behandeling van het verzoekschrift. Daarvoor zal een nieuwe zitting worden gepland. Bij het plannen daarvan wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de agenda van partijen. Daarom wordt nu eerst aan partijen gevraagd de kantonrechter te laten weten op welke ochtenden en/of middagen in de komende maanden zij niet naar een zitting kunnen komen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
stelt vast dat de bewindvoerder door haar verklaring van 23 januari 2026 alsnog heeft ingestemd met het voeren van deze procedure en dat zij daarbij in haar hoedanigheid van bewindvoerder als formele procespartij wordt aangemerkt;
3.2.
bepaalt dat partijen uiterlijk
20 februari 2026moeten laten weten op welke ochtenden/middagen in de maanden april tot en met juli 2026 zij niet naar een zitting kunnen komen;
3.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
703