ECLI:NL:RBROT:2026:8817

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
3 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
11757366 CV EXPL 25-14014
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 186 RvArt. 187 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming deskundige voor onderzoek lekkage in gehuurde winkelruimte

In deze zaak tussen [eiser] N.V. en [gedaagde] B.V. staat de vraag centraal of er nog sprake is van een gebrek in de vorm van lekkages in de gehuurde winkelruimte aan een adres in [plaats 1]. De kantonrechter heeft in een eerder vonnis van 6 maart 2026 al een inhoudelijk oordeel gegeven over vrijwel alle vorderingen, behalve over de vraag of het gebrek nog bestaat en hersteld moet worden.

Omdat partijen hierover lijnrecht tegenover elkaar staan en het ontbreken van voldoende bewijs, acht de kantonrechter een deskundigenonderzoek noodzakelijk. Beide partijen konden zich uitlaten over de deskundige en de onderzoeksvragen, maar bereikten geen overeenstemming over de persoon van de deskundige. Daarom benoemt de kantonrechter zelf een onafhankelijke bouwdeskundige.

De deskundige krijgt de opdracht om te onderzoeken of er nog actieve lekkages zijn, wat de oorzaak daarvan is, en of de door de huurder aangebrachte noodvoorziening effectief is. Tevens moet de deskundige aangeven hoe de lekkages duurzaam kunnen worden verholpen. De kosten van het onderzoek worden begroot op €5.227,20 en het voorschot wordt door de huurder betaald.

De kantonrechter stelt nadere voorwaarden aan het onderzoek, waaronder het houden aan de Leidraad deskundigen en de gedragscode, het bieden van hoor en wederhoor, en het inleveren van een rapport binnen vier maanden. Verdere beslissingen worden aangehouden totdat het deskundigenrapport is ontvangen.

Uitkomst: De kantonrechter beveelt een deskundigenonderzoek naar de lekkages en bepaalt dat de huurder het voorschot betaalt.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 11757366 CV EXPL 25-14014
datum uitspraak: 3 juli 2026
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
[eiser] N.V.,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. J.M. de Heer,
tegen
[gedaagde] B.V.,
vestigingsplaats: Renswoude,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
gemachtigde: mr. J.M. Fluitsma.
De partijen worden hierna ‘ [eiser] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.

1.De verdere procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het vonnis van 6 maart 2026 en de daarin genoemde stukken;
  • de brief van [eiser] van 7 april 2026;
  • de brief van [gedaagde] van 8 april 2026.

2.De verdere beoordeling

2.1.
[gedaagde] huurt van [eiser] de winkelruimte aan [adres 1] in [plaats 1] en exploiteert daarin een Kruidvat-filiaal. Partijen hebben over en weer diverse vorderingen ingesteld, die verband houden met lekkages in de winkelruimte gedurende de periode dat [gedaagde] de winkelruimte huurt. In het vonnis van 6 maart 2026 heeft de kantonrechter op vrijwel alle vorderingen al een inhoudelijk oordeel gegeven, met uitzondering van de tegeneis van [gedaagde] om [eiser] te veroordelen het gebrek in de winkelruimte te herstellen. Volgens [gedaagde] is er op dit moment namelijk nog altijd sprake van een gebrek, bestaande uit de genoemde lekkageproblematiek. [eiser] heeft echter betwist dat er nu nog sprake is van dat gebrek.
2.2.
In het vonnis van 6 maart 2026 is overwogen dat de kantonrechter op basis van de stellingen van partijen en de overgelegde stukken niet kan vaststellen of er nu nog sprake is van een gebrek (het lekkageprobleem) en, voor zover daar wél sprake van is, wat de oorzaak daarvan is. Daarom heeft de kantonrechter overwogen dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is. De kantonrechter volgt [eiser] niet in haar stelling dat een deskundigenonderzoek op dit moment niet noodzakelijk of wenselijk is, omdat [gedaagde] er niet in geslaagd is bewijs te leveren van het bestaan van het gebrek. Het is immers juist in het kader van die bewijslevering dat de kantonrechter het noodzakelijk acht dat er een deskundige wordt benoemd. Partijen staan ten aanzien van de vraag of er nu nog sprake is van een gebrek namelijk lijnrecht tegenover elkaar en de kantonrechter kan zich hierover zonder nadere deskundige voorlichting geen oordeel vormen. Daarbij komt dat een onderzoek door een onafhankelijke deskundige kan bijdragen aan een definitieve oplossing van het geschil, hetgeen – gelet op het feit dat sprake is van een doorlopende huurovereenkomst – in het belang van beide partijen is.
2.3.
Beide partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de persoon van de deskundige en de aan de deskundige voor te leggen vragen. Zij hebben over de persoon van de deskundige geen overeenstemming kunnen bereiken, in die zin dat zij allebei andere deskundige partijen voorstellen. Daarom zal de kantonrechter zelf de volgende persoon als onafhankelijk deskundige benoemen, om de vragen te beantwoorden die onder de beslissing staan (artikel 186 Rv Pro):
[naam deskundige] ,
bouwdeskundige
[bedrijf]
[adres 2]
[postcode] [plaats 2]
Telefoon: [telefoonnummer 1] / [telefoonnummer 2]
E-mail: [mailadres]
2.4.
De deskundige heeft de kosten voor het onderzoek begroot op € 5.227,20 inclusief btw (24 uren met een uurtarief van € 180,- exclusief btw) .
2.5.
De hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag. [gedaagde] moet het voorschot betalen (artikel 187 Rv Pro).
2.6.
Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de aan de deskundige voor te leggen vragen. [gedaagde] heeft daarbij een voorstel gedaan voor enkele aanvullende vragen. Omdat die aanvullende vragen naar het oordeel van de kantonrechter, mede met het oog op een definitieve oplossing van het geschil, een waardevolle toevoeging vormen, zullen deze vragen grotendeels worden overgenomen op de wijze zoals hierna bij de beslissing geformuleerd. [eiser] heeft geen suggesties gedaan voor eventuele aanvullende vragen aan de deskundige, ondanks dat zij hiertoe in het vonnis van 6 maart 2026 uitdrukkelijk in de gelegenheid is gesteld. Anders dan [eiser] heeft aangevoerd is voor de formulering van de voor te leggen vragen niet van belang welke persoon als deskundige zal worden benoemd. Niet valt in te zien waarom [eiser] op voorhand niet in staat zou zijn zich uit te laten over de vraagstelling. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding [eiser] alsnog daartoe de gelegenheid te geven.
2.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
beveelt een deskundigenonderzoek om de volgende vragen te beantwoorden:
Kunt u vaststellen of, en zo ja op welke plek en in welke mate, er op dit moment sprake is van één of meer actieve lekkages in de winkelruimte?
Kunt u, voor zover er inderdaad sprake is van één of meer actieve lekkages, vaststellen en toelichten wat daarvan de oorzaak is en uit welke installaties of bouwdelen deze lekkages afkomstig zijn?
Kunt u vaststellen of er zonder de door [gedaagde] aangebrachte noodvoorziening (de boven het systeemplafond aangebrachte goot en de pomp, die het water afvoert) nog steeds sprake zou zijn van een actieve lekkage of lekkages?
Is de noodvoorziening aan te merken als een tijdelijke maatregel en, zo ja, op welke wijze kan/kunnen de actieve lekkage(s) duurzaam en definitief worden verholpen?
Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang kunnen zijn?
3.2.
benoemt tot deskundige:
[naam deskundige] ,
bouwdeskundige
[bedrijf]
[adres 2]
[postcode] [plaats 2]
Telefoon: [telefoonnummer 1] / [telefoonnummer 2]
E-mail: [mailadres] ;
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 5.227,20;
3.4.
bepaalt dat [gedaagde] het voorschot moet betalen binnen twee weken na ontvangst van een nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR);
3.5.
bepaalt dat als [gedaagde] het voorschot niet of niet op tijd betaalt de kantonrechter beslist wat er verder met de zaak gebeurt;
3.6.
draagt de griffier op aan de deskundige te melden dat het voorschot is gestort en bepaalt dat de deskundige daarna pas met het onderzoek mag beginnen;
3.7.
bepaalt dat [gedaagde] een kopie van de processtukken aan de deskundige stuurt;
3.8.
bepaalt dat de deskundige zich houdt aan de Leidraad deskundigen in civiele zaken (hierna: ‘leidraad’) en de gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken (zoals gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) en wijst in het bijzonder op de informatie over het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van het communiceren met en door de partijen;
3.9.
bepaalt dat de partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld om op- en aanmerkingen op het concept rapport te maken;
3.10.
bepaalt dat de deskundige het definitieve rapport uiterlijk vier maanden na de start van het onderzoek inlevert en dat als deze termijn niet haalbaar blijkt de deskundige de kantonrechter en de partijen dat zo spoedig mogelijk laat weten en ook welke termijn wel haalbaar is;
3.11.
bepaalt dat de deskundige bij de inlevering van het rapport een eindnota voegt die voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de leidraad;
3.12.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek onderbreekt als dreigt dat het voorschot wordt overschreden en in dat geval een schriftelijk verzoek aan de kantonrechter doet om een aanvullend voorschot;
3.13.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
44487