ECLI:NL:RBROT:2026:8824
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens verkoop elektronische sigaretten met verboden smaakjes
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport legde de vennootschap bestuurlijke boetes op wegens het te koop aanbieden van elektronische sigaretten met smaakjes die niet zijn toegestaan volgens de Tabaks- en rookwarenregeling. De boetes werden opgelegd na een inspectie door toezichthouders van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) in juni 2024, waarbij werd vastgesteld dat de vennootschap diverse verpakkingen met verboden smaakvarianten in voorraad had.
De vennootschap stelde zich op het standpunt dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat de toezichthouder onbevoegd was omdat hij geen hulpofficier van justitie is, dat het bestuursorgaan niet zelf boetes mag opleggen en dat zij ten onrechte meerdere boetes kreeg voor hetzelfde feit. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat het bestuursorgaan mag afgaan op de eigen waarnemingen van toezichthouders en dat de normering van het toezicht en bewijsvergaring in de Algemene wet bestuursrecht is geregeld.
De rechtbank oordeelde dat de minister bevoegd was tot boeteoplegging op grond van de Tabaks- en rookwarenwet en -regeling en dat de cumulatie van boetes binnen de grenzen van het evenredigheidsbeginsel viel. De boetes werden niet gematigd omdat het ging om relatief geringe gefixeerde boetes ter naleving van voorschriften. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de boetes in stand blijven en de vennootschap geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de opgelegde boetes wegens verkoop van elektronische sigaretten met verboden smaakjes.