Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 10 september 2025;
- het antwoord;
- de repliek, met bijlagen.
Rechtbank Rotterdam
Op 8 maart 2025 maakte gedaagde een treinreis zonder geldig vervoerbewijs. NS vordert betaling van de ritprijs, wettelijke verhoging en administratiekosten, vermeerderd met rente en kosten. Gedaagde betwist de vordering onder meer met het argument dat zij onder bewind stond en dat zij de aanmaningen niet zou hebben ontvangen.
De kantonrechter stelt vast dat gedaagde geen geldig kaartje had en dat het risico van het kopen van een verkeerd kaartje voor haar rekening komt. NS heeft met een uittreksel uit het Centraal Curatele- en Bewindregister gemotiveerd betwist dat gedaagde onder bewind stond, hetgeen gedaagde niet heeft weersproken. Ook is aannemelijk dat de aanmaningen zijn verzonden naar het juiste adres, waardoor gedaagde geacht wordt deze te hebben ontvangen.
De kantonrechter wijst de verweren af en veroordeelt gedaagde tot betaling van € 83,30 plus wettelijke rente, administratiekosten en proceskosten van € 388,64. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De moeilijke financiële situatie van gedaagde vormt geen grond voor afwijzing of betalingsregeling zonder toestemming van NS.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van ritprijs, wettelijke verhoging, administratiekosten, rente en proceskosten wegens treinreis zonder geldig vervoersbewijs.