ECLI:NL:RBSGR:1997:AA5754
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming van vreemdeling
De vreemdeling, van Pakistaanse nationaliteit, reisde op 21 januari 1997 Nederland binnen en wilde asiel aanvragen. Na zijn aankomst werd hij feitelijk van zijn vrijheid beroofd zonder rechtsgrond van 21 januari tot 22 januari 1997, waarna hij op 22 januari in bewaring werd gesteld. De rechtbank oordeelde dat deze vrijheidsbeneming onrechtmatig was omdat de maatregel van bewaring niet tijdig en niet conform de wettelijke voorschriften was opgelegd.
De vreemdeling stelde beroep in tegen de bewaring en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank overwoog dat de vreemdeling terecht werd vrijheidsbenomen vanaf aankomst tot aan de bewaring, en dat ook de daaropvolgende bewaring onrechtmatig was. De rechtbank kende daarom een schadevergoeding toe voor de periode van 22 januari tot en met 1 februari 1997, waarbij rekening werd gehouden met het verblijf in politiecel en Huis van Bewaring.
De rechtbank veroordeelde de Staat tot betaling van 1.250 gulden aan de vreemdeling en wees de proceskosten toe. Het hoger beroep staat open voor zover het de schadevergoeding betreft.
Uitkomst: De rechtbank kende de vreemdeling een schadevergoeding van 1.250 gulden toe wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming.