ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5491
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en verblijfsvergunning wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging
Eisers, een echtpaar van Servische en Kroatische afkomst, hebben asiel en verblijf aangevraagd in Nederland vanwege problemen en discriminatie in Kroatië en Kosovo, voortvloeiend uit hun gemengde huwelijk en de oorlogssituatie. De aanvragen werden afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid.
De rechtbank overweegt dat de persoonlijke omstandigheden van eisers onvoldoende aanknopingspunten bieden voor een gegronde vrees voor vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en de Vreemdelingenwet. De problemen die zij ondervonden zijn van marginale aard en er is geen bewijs dat de overheid hen geen bescherming kan bieden.
Ook de traumatische ervaringen in het vluchtelingenkamp en de incidenten in Kroatië rechtvaardigen geen verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Eisers lopen bij terugkeer geen reëel risico op foltering of onmenselijke behandeling volgens artikel 3 EVRM Pro.
Daarnaast heeft verweerder niet tijdig beslist op het bezwaar van eisers, wat leidt tot een proceskostenveroordeling ten gunste van eisers. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard, maar eisers krijgen proceskosten toegekend.