ECLI:NL:RBSGR:1999:AA5502
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij weigering verblijfsvergunning om medische redenen
Verzoeker, een Surinaamse vreemdeling, vroeg om een verblijfsvergunning in Nederland met als doel medische behandeling vanwege zijn HIV-infectie. De aanvraag werd geweigerd omdat Nederland niet het meest aangewezen land is voor zijn behandeling en er geen klemmende humanitaire redenen zijn om verblijf toe te staan.
Verzoeker verbleef sinds 1996 in Nederland en had eerder een verblijfsvergunning op grond van een relatie, die was ingetrokken. Na een strafrechtelijke veroordeling tot 15 maanden gevangenisstraf werd zijn aanvraag voor verblijf om medische redenen afgewezen. De medisch adviseur stelde dat adequate behandeling ook in Suriname mogelijk is en dat verzoeker medisch gezien kan reizen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het speciale beleid voor Surinaamse onderdanen niet toepaste omdat verzoeker niet op medische indicatie naar Nederland was gekomen. Ook is niet gebleken dat de financiering van de behandeling in Nederland geregeld is. De strafrechtelijke veroordeling en het ontbreken van klemmende humanitaire redenen maakten toelating ontoelaatbaar.
De president van de rechtbank wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waarmee de uitzetting niet werd opgeschort zolang het bezwaar nog loopt.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.