ECLI:NL:RBSGR:2000:AA5755
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en bezwaar in asielzaak na overdracht aan Duitsland
Verzoeker, van Turkse nationaliteit, diende op 20 mei 1999 een asielaanvraag in Nederland in, welke op 21 juli 1999 werd afgewezen. Verzoeker verbleef eerder in Duitsland, dat als verantwoordelijke lidstaat werd aangemerkt op grond van de Dublin-overeenkomst. De rechtbank toetste of er sprake was van een reëel risico op vervolging of onmenselijke behandeling bij overdracht aan Duitsland en of het bezwaar een redelijke kans van slagen had.
Uit de beoordeling bleek dat Duitsland voldoende bescherming biedt tegen schending van artikel 3 EVRM Pro, ondanks verschillen in interpretatie van dit artikel tussen Duitse en Nederlandse rechtspraak. Verzoeker had geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd die een heroverweging rechtvaardigen. Tevens ontbraken klemmende redenen van humanitaire aard voor verblijf in Nederland.
De rechtbank concludeerde dat het bezwaar ongegrond was en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De beslissing werd zonder mogelijkheid tot hoger beroep uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en het bezwaar tegen de niet-inwilliging van de asielaanvraag worden afgewezen.