ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1996
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening en beroep inzake Dublinclaim en gezinshereniging
Verzoeker, van Afghaanse nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend die door verweerder is afgewezen op grond van de Vreemdelingenwet en het ontbreken van klemmende humanitaire redenen. Na bezwaar en beroep verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om uitzetting naar Duitsland te voorkomen.
De rechtbank toetste of de overdracht aan Duitsland, op grond van de Dublinovereenkomst, redelijk was en of het beleid van verweerder in strijd was met regelgeving, waaronder het Besluit nr. 1/2000 van het Comité van artikel 18 OvD Pro dat nadere bepalingen geeft over gezinshereniging en gescheiden uitzetting van familieleden.
De rechtbank concludeerde dat het beleid van verweerder niet onredelijk is en dat alle criteria uit het Besluit reeds in het beleid zijn verwerkt, met uitzondering van een mogelijke afwijkende invulling van 'familieleden'. Tevens bleek uit de stukken dat geen gegronde vrees voor vervolging in Duitsland bestaat en dat verzoeker onvoldoende bewijs heeft geleverd voor klemmende humanitaire redenen.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep wordt ongegrond verklaard.