ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6393
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens onvoldoende belangenafweging gezinsleven
Eiser, een Bosnische Moslim afkomstig uit een meerderheidsgebied, kreeg een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv) in Nederland, die door verweerder werd ingetrokken op basis van gewijzigd beleid gericht op Bosniërs uit meerderheidsgebieden. Verweerder stelde dat individuele omstandigheden, zoals het gezinsleven van eiser, geen rol spelen bij de intrekking van de vvtv en dat de asielgerelateerde aspecten reeds waren beoordeeld.
Eiser voerde aan dat de intrekking een inmenging in zijn gezinsleven betekent en dat verweerder een belangenafweging had moeten maken op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat, hoewel de toetsing aan artikel 8 EVRM Pro een resttoets is en de vvtv-intrekking een categoriale procedure betreft, verweerder bij het aanvoeren van individuele omstandigheden alsnog een belangenafweging moet maken.
De rechtbank stelde vast dat er sprake is van family life tussen eiser, zijn Nederlandse partner en hun kind, en dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de gezinsomstandigheden en het arbeidscontract van eiser. Bovendien handelde verweerder in strijd met de artikelen 7:3 en 7:12 Awb door eiser niet te horen en het bezwaar kennelijk ongegrond te verklaren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking tot intrekking van de vvtv, en droeg verweerder op binnen veertien weken opnieuw te beslissen met inachtneming van de belangenafweging. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De intrekking van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf wordt vernietigd vanwege onvoldoende belangenafweging van het gezinsleven.