ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6476
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar vluchteling niet gerechtvaardigd door onvoldoende bewijs verzending herstelverzuimbrief
Eiser, een Turkse vreemdeling, diende in november 1997 aanvragen in voor toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Deze werden op 28 oktober 1998 afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Eiser maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd op 26 april 1999 niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn waren ingediend. Verweerder stelde dat een herstelverzuimbrief van 4 december 1998 was verzonden, maar eiser ontkende ontvangst.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de herstelverzuimbrief daadwerkelijk was verzonden, aangezien deze niet aangetekend was verstuurd en er geen registratie van verzending was. Hierdoor was eiser niet in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen, wat een vereiste is volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De uitspraak benadrukt de bewijslast bij het bestuursorgaan bij niet-aangetekende verzendingen en de noodzaak van een adequate bewijsvoering.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd vanwege onvoldoende bewijs van verzending herstelverzuimbrief.