ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6484
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding onredelijk verklaard
Eisers, Afghaanse vluchtelingen, dienden in 1998 aanvragen in voor toelating als vluchteling. Verweerder wees deze aanvragen in mei 1999 af wegens kennelijke ongegrondheid en verleende een voorwaardelijke verblijfsvergunning. Eisers maakten bezwaar, maar dienden de gronden van het bezwaar niet binnen de gestelde termijn in. Verweerder verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Vreemdelingenwet (Vw).
Verweerder weigerde uitstel voor het indienen van de gronden te verlenen, omdat de gemachtigde van eisers op vakantie was en de vakantie niet tijdig schriftelijk was gemeld conform werkinstructie 167A. Eisers betoogden dat deze regeling onredelijk en onwerkbaar is, vooral voor eenmanskantoren, en dat het niet mogelijk is om voor elk dossier afzonderlijk vakantie te melden bij verschillende regionale kantoren.
De rechtbank oordeelde dat het beleid van verweerder de redelijkheidstoets niet doorstaat. Het opleggen van de eis om vakanties per dossier en per regionaal kantoor te melden vormt een onevenredige belasting voor rechtshulpverleners en staat niet in verhouding tot de termijnen waarbinnen verweerder beslissingen neemt, die in de praktijk vaak worden overschreden.
De rechtbank vernietigde daarom de bestreden besluiten en bepaalde dat verweerder nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het gestorte griffierecht aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift wegens onredelijk beleid en gelast nieuwe besluiten.