ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6629
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.M.A. Claessens
- J.L. Verbeek
- D. de Loor
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verzekeringsplicht werknemer zonder rechtmatig verblijf op grond van Koppelingswet
Eiser, een Ghanese nationaliteit, kreeg in 1992 een verblijfsvergunning voor verblijf bij Nederlandse partner en arbeid. Na intrekking van zijn verblijfsvergunning en afwijzing van een nieuwe aanvraag, werd hij per 1 juli 1998 niet langer als werknemer verzekerd onder de Ziektewet, Werkloosheidswet en WAO vanwege het ontbreken van een rechtmatige verblijfstitel.
Eiser stelde dat zijn verblijfstatus op 6 maart 1997 door een herzieningsverzoek als rechtmatig moest worden aangemerkt en dat hij daardoor arbeid mocht verrichten zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank oordeelde dat eiser op 1 juli 1998 niet rechtmatig verbleef zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet en dat de wettelijke regeling van de Koppelingswet dit niet ongedaan maakt.
Ook de uitzondering in het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden werknemersverzekeringen 1990 (Bub 1990) was niet van toepassing, omdat eiser geen tewerkstellingsvergunning had. De rechtbank vond het besluit niet in strijd met internationaal recht, met name artikel 26 IVBPR Pro, en achtte de maatregel proportioneel en passend.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin het beëindigen van verzekeringsplicht werd onderscheiden van het beëindigen van bijstandsuitkeringen. De uitspraak werd gedaan door drie rechters op 26 juli 2000.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de verzekeringsplicht per 1 juli 1998 bevestigd.