ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6632
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.M.A. Claessens
- J.L. Verbeek
- D. de Loor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen opschorting WAO-uitkering wegens onrechtmatig verblijf
Eiser, van Marokkaanse afkomst en voormalig agrarisch medewerker, ontving een WAO-uitkering die na een gerechtelijke procedure werd nabetalend toegekend over de periode 6 februari 1996 tot 30 juni 1998. Met ingang van 1 juli 1998 werd de uitkering opgeschort omdat eiser niet beschikte over een geldig verblijfsdocument, conform artikel 50a WAO.
Eiser diende op 25 november 1998 een aanvraag voor een verblijfsvergunning in, waarna de uitkering weer werd hervat. Eiser stelde dat de opschorting onterecht was en vorderde ook wettelijke rente over de nabetaling. De rechtbank oordeelde dat de opschorting rechtmatig was omdat de aanvraag geen terugwerkende kracht heeft en eiser in de betreffende periode niet rechtmatig verbleef.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder niet bevoegd was om in het bestreden besluit te beslissen over de gevorderde wettelijke rente, waardoor dit verzoek buiten de grondslag van het bezwaar viel. Internationaal recht, waaronder artikel 41 van Pro de Samenwerkingsovereenkomst met Marokko, bood geen bescherming tegen de opschorting bij onrechtmatig verblijf.
De rechtbank concludeerde dat de opschorting van de WAO-uitkering niet in strijd was met nationale of internationale regelgeving en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting van de WAO-uitkering wegens onrechtmatig verblijf wordt ongegrond verklaard.