ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6679
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-inwilliging asielaanvraag wegens motiveringsgebrek en ontvankelijkheid beroep
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, diende in 1994 een aanvraag in voor toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf, welke door verweerder werden afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en niet-ontvankelijkheid. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in, waarbij de rechtbank de ontvankelijkheid van het beroep ondanks overschrijding van de beroepstermijn vaststelde vanwege verschoonbare omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat de aanvullende stukken van eiser, waaronder een lidmaatschapskaart van het FIS, in de oordeelsvorming waren betrokken, waardoor het bestreden besluit aan een motiveringsgebrek leed en vernietigd moest worden. Tevens werd geoordeeld dat de aanvraag van eiser niet als herhaalde aanvraag kon worden aangemerkt omdat het overgelegde bewijsstuk nieuw was.
De rechtbank bevestigde dat de gestelde vrees voor vervolging niet aannemelijk was gemaakt en dat geen gronden voor een vergunning tot verblijf aanwezig waren. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven echter grotendeels in stand. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen voor vergoeding van griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek en ontvankelijkheid, het besluit vernietigd en proceskosten toegewezen, met behoud van rechtsgevolgen.