ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6702
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening tegen uitzetting Iraanse vrouw wegens onvoldoende onderzoek gedwongen huwelijk
Verzoekster, een Iraanse vrouw die sinds 1995 in Nederland verblijft, heeft asiel en een verblijfsvergunning wegens humanitaire redenen aangevraagd. Haar verzoeken werden afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en gebrek aan klemmende redenen. Verzoekster stelde dat zij in Iran was onderworpen aan een gedwongen tijdelijk huwelijk met het hoofd van een lokaal comité, wat zij als een vorm van vervolging en onmenselijke behandeling beschouwde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mogelijkheid van dit gedwongen huwelijk en de daarmee samenhangende risico's. Openbare bronnen bevestigden het bestaan van tijdelijke huwelijken in Iran, die onder bepaalde omstandigheden gedwongen kunnen zijn en kunnen leiden tot ernstige schendingen van de mensenrechten.
Daarom kon de aanvraag niet als kennelijk ongegrond worden beschouwd en moest het bezwaarschrift schorsende werking krijgen. De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor uitzetting werd verboden totdat op het bezwaar was beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.