ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6808
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opschorting asielaanvraag op grond van buitengewone omstandigheden Kosovo
Eiseres, afkomstig uit de provincie Kosovo en behorend tot de etnisch Albanese bevolkingsgroep, diende een asielaanvraag in. De Staatssecretaris van Justitie besloot de beslissing op deze aanvraag op te schorten op grond van artikel 15e, tweede lid, van de Vreemdelingenwet, vanwege de massale instroom van vluchtelingen uit Kosovo en de daarmee samenhangende buitengewone omstandigheden.
Eiseres stelde dat het besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel omdat het niet inhoudelijk op haar asielrelaas was getoetst, maar slechts was gebaseerd op een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer. De rechtbank verwierp dit standpunt en oordeelde dat de wet juist voorziet in een voorwaardelijke vergunning tot verblijf terwijl de aanvraag nog niet inhoudelijk wordt behandeld.
De rechtbank concludeerde dat de Staatssecretaris in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid tot opschorting van de beslissing op de asielaanvraag, gezien de bijzondere omstandigheden in Kosovo en het beleid zoals toegelicht in de brief van 21 april 1999 en de werkinstructie 196. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de opschorting van de asielaanvraag wegens buitengewone omstandigheden.