ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5425
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over opschorting beslistermijn aanvraag vluchteling
Eiser, een etnische Albanees uit Kosovo, had bezwaar gemaakt tegen de opschorting van de beslistermijn op zijn aanvraag om toelating als vluchteling. Verweerder had op grond van artikel 15e, tweede lid, Vreemdelingenwet (Vw) de beslistermijn met één jaar verlengd vanwege buitengewone omstandigheden in Kosovo.
De rechtbank stelde vast dat de opschortingsbeslissing een procedurebeslissing is in de voorbereiding van het besluit op de aanvraag en derhalve in beginsel niet vatbaar is voor bezwaar volgens artikel 6:3 Awb Pro. Tevens oordeelde de rechtbank dat eiser niet rechtstreeks in zijn belang werd getroffen door deze opschorting, omdat een onjuiste toepassing van artikel 15e, tweede lid, Vw niet uitsluit dat een voorwaardelijke vergunning tot verblijf terecht is verleend.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat de opschorting een rechtstreeks belang zou raken, onder meer omdat veranderingen in het land van herkomst ook zonder opschorting meegewogen kunnen worden. Het bezwaar werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de opschorting van de beslistermijn wordt niet-ontvankelijk verklaard en het bestreden besluit vernietigd.