ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6959
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake opvangrecht bij tweede asielaanvraag volgens Regeling verstrekkingen asielzoekers
Verzoeker, zonder vaste woon- of verblijfplaats, diende een tweede aanvraag om toelating als vluchteling in en verzocht om opvang op basis van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva). Verzoeker stelde dat deze tweede aanvraag geen herhaalde aanvraag was in de zin van artikel 4, tweede lid Rva, en dat hem daarom opvang toekwam. Verweerder, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), stelde dat opvang slechts gekoppeld is aan de eerste asielaanvraag en dat een tweede aanvraag geen recht op opvang geeft.
De rechtbank overweegt dat de tekst van artikel 4, tweede lid Rva duidelijk is en dat de parlementaire geschiedenis deze uitleg ondersteunt. Opvang is uitsluitend gerelateerd aan de eerste asielaanvraag, ongeacht of tijdens die eerste aanvraag daadwerkelijk opvang is verleend. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, evenals het betoog dat de regelgeving in strijd is met internationale verdragen.
De rechtbank wijst het verzoek om onmiddellijke opvang af, maar beveelt verweerder binnen een week na verzending van het vonnis een besluit te nemen op het bezwaar van verzoeker tegen het niet tijdig beslissen. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Verzoek om onmiddellijke opvang wordt afgewezen, maar binnen een week moet een besluit worden genomen over het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen.