ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7349
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep en schadevergoeding wegens vrijheidsbeneming vreemdeling
De vreemdeling, van Pakistaanse nationaliteit en zonder bekende verblijfplaats, werd op 22 maart 2000 de toegang geweigerd en vrijheidsbenemend geplaatst in het Passantenverblijf Triport en later het Grenshospitium. Tegen deze maatregel werd op 24 maart 2000 bezwaar gemaakt en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De rechtbank beoordeelde de zaak aan de hand van de artikelen 34a en 34j van de Vreemdelingenwet, die vrijheidsbenemende maatregelen gelijkstellen aan bestuursbesluiten en een regeling bevatten voor schadevergoeding bij onrechtmatige vrijheidsbeneming. De wetgever heeft hierbij het bestuursprocesrecht als uitgangspunt genomen, met bijzondere waarborgen vanwege de habeas corpus-garantie.
De rechtbank overwoog dat het verzoek om schadevergoeding alleen ontvankelijk is indien het gepaard gaat met een beroep tegen de onderliggende maatregel. Het verzoekschrift van 3 mei 2000 werd als zodanig beroep beschouwd, maar was ingediend na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn van vier weken na opheffing van de maatregel op 28 maart 2000. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep en het verzoek om schadevergoeding niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.