ECLI:NL:RBSGR:2000:AA7591
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning Soedanese asielzoeker
Eiser, een Soedanese nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 28 juli 1998 een aanvraag in voor toelating als vluchteling. Verweerder wees deze aanvraag af wegens kennelijke ongegrondheid en trok tevens een eerder verleende voorwaardelijke verblijfsvergunning in. Eiser stelde bezwaar en beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank beoordeelde de feiten, waaronder de drie arrestaties van eiser wegens politieke activiteiten als sympathisant van een verboden partij in Soedan, en constateerde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom deze activiteiten niet leidden tot gegronde vrees voor vervolging. Tevens werd de hoorplicht geschonden omdat verweerder niet had voorzien in een hoorzitting bij bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat het besluit van 1 maart 1999 vernietigd moest worden. Verweerder werd opgedragen een nieuwe, deugdelijk gemotiveerde beschikking te geven. Daarnaast werden de proceskosten aan eiser toegewezen en werd de Staat aangewezen als verantwoordelijke voor de vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van hoorplicht.