ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9726
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Bennekom
- A. Wolfsen
- A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar
- Rechtspraak.nl
Toelating minderjarige kinderen voor verblijf bij gescheiden vader na overlijden moeder in het buitenland
Eisers, minderjarige kinderen met de Filippijnse nationaliteit, vroegen om toelating tot verblijf bij hun vader in Nederland na het overlijden van hun moeder in het buitenland. De vader woont sinds 1989 in Nederland en heeft pas in 1998 een aanvraag ingediend. Verweerder wees de aanvragen af op grond van het beleid dat de feitelijke gezinsband met de vader verbroken zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat de uitleg van het beleid door verweerder in hoofdlijnen niet onredelijk is, maar op meerdere punten niet overeenkomt met de tekst van de Vreemdelingencirculaire 1994 en de uitvoeringspraktijk. Zo is onduidelijk wanneer een kind geacht wordt duurzaam in een ander gezin te zijn opgenomen en hoe de bewijslast verdeeld is. Tevens is de motivering van het bestreden besluit onvoldoende kenbaar, wat strijdig is met artikel 7:12 Awb Pro.
De rechtbank stelt dat de feitelijke gezinsband tussen eisers en hun vader sinds de echtscheiding van hun ouders in 1996 als verbroken kan worden beschouwd, maar dat het gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro een ander begrip is. Ook had verweerder moeten onderzoeken of het kind niet meer door naaste bloed- of aanverwanten in het land van herkomst kan worden verzorgd. Gelet op deze tekortkomingen wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit en veroordeling van verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering en onduidelijkheid in het beleid.