ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9833
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over binnenlands vestigingsalternatief Noord-Irak voor Koerdische asielzoeker uit Centraal-Irak
Eiser, een Koerdische asielzoeker afkomstig uit Centraal-Irak, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning. Verweerder wees het verzoek af met het argument dat Noord-Irak als binnenlands vestigingsalternatief geldt, ook zonder dat eiser familie-, gemeenschaps- of politieke banden met dat gebied heeft. De rechtbank onderzocht of de bandeneis bij het vestigingsalternatief gehanteerd moet worden en beoordeelde de feitelijke situatie in Noord-Irak.
De rechtbank stelde vast dat het ambtsbericht van 12 april 2000 geen nieuwe informatie bevatte die het standpunt van verweerder ondersteunde dat banden niet relevant zijn. Het ambtsbericht liet twijfel bestaan over de toegang van ontheemden tot essentiële basisvoorzieningen en een menswaardig bestaan. De rechtbank concludeerde dat het beleid om zonder banden een vestigingsalternatief toe te wijzen kennelijk onredelijk is.
Aangezien eiser politieke en gemeenschapsbanden heeft vanwege zijn Koerdische afkomst en lidmaatschap van de PUK, kan hij in Noord-Irak een menswaardig bestaan leiden. De rechtbank vernietigde de beschikking wegens onvoldoende motivering, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van de vernietigde beschikking in stand. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking vernietigd, met instandhouding van de rechtsgevolgen.