ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0367
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek en beroep tegen vrijheidsontneming wegens onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar
Verzoeker, van Congolese nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door verweerder werd afgewezen binnen de AC-procedure. Tevens werd een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Verzoeker stelde dat de termijnoverschrijding in de procedure te wijten was aan tolkenproblemen en betoogde dat zijn asielrelaas onvoldoende was onderzocht.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet voor rekening van verzoeker kwam omdat het probleem bij het verkrijgen van een tolk Lingala lag en geen redelijke aanleiding bestond voor afwijking van het beleid. De inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas wees uit dat verzoeker onvoldoende aannemelijk maakte dat hij persoonlijk vervolgd zou worden; zijn vrees was gebaseerd op vermoedens en horen zeggen.
Daarnaast werd gewezen op het gebruik van valse personalia bij aankomst en het ontbreken van een geloofwaardige reisroute. Verzoeker had onvoldoende openheid van zaken gegeven en de rechtbank vond geen reden om het beroep gegrond te verklaren. Ook het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel en het verzoek om schadevergoeding werden afgewezen. De rechtbank besloot direct in de hoofdzaak en wees het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek en de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening en schadevergoeding wordt afgewezen.