ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1104
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van rechtens relevant belang bij A-status
Eiser, een Soedanese vreemdeling, had aanvankelijk een aanvraag ingediend voor toelating als vluchteling en een vergunning tot verblijf. Na verschillende besluiten en bezwaarprocedures werd aan eiser een vergunning tot verblijf zonder beperkingen verleend. Eiser wenste echter door te procederen om de A-status te verkrijgen.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen rechtens relevant belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit, aangezien zijn verblijf in Nederland reeds gewaarborgd is met de verleende vergunning zonder beperkingen. Bovendien zal met de invoering van de Vreemdelingenwet 2000 het onderscheid tussen vluchtelingenstatus en vergunning tot verblijf zonder beperkingen komen te vervallen.
De rechtbank stelt vast dat eiser niet persoonlijk aanwezig was bij de zitting en dat zijn gemachtigde geen concreet procesbelang heeft aangegeven naast het verkrijgen van de A-status. Gezien deze omstandigheden verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en doet geen inhoudelijke uitspraak over het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens relevant belang.