ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2256
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste vermogenswaardering eigen woning
Eiseres ontving sinds 1987 een bijstandsuitkering en kreeg op 12 januari 1998 een tweede hypotheek op haar woning, waarmee zij een bedrag van fl. 49.409,75 vrijmaakte. Verweerder trok daarop de bijstandsuitkering in en vorderde terugbetaling van teveel ontvangen uitkering en opeising van de lening. De rechtbank oordeelt dat verweerder bij de beoordeling van het vermogen onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere regels van artikel 20, leden 3 tot en met 7 van de Algemene bijstandswet (Abw) betreffende vermogen gebonden in de eigen woning.
Hoewel eiseres door de hypotheek over middelen beschikte, betekent dit niet dat het gehele bedrag bij de middelentoets betrokken moet worden. Het besluit van verweerder is onvoldoende gemotiveerd en houdt geen rekening met de wettelijke uitzonderingen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de wettelijke bepalingen.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat eiseres de inlichtingenplicht uit artikel 65 Abw Pro heeft geschonden door de lening niet te melden, maar dit rechtvaardigt niet de volledige intrekking zonder correcte toepassing van de wet. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt vernietigd.