ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5480
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens onvoldoende motivering manifest bedrog
Eisers, afkomstig uit Afghanistan en behorend tot de bevolkingsgroep der Hindoes, deden op 24 oktober 1997 aanvragen om toelating als vluchteling en verlening van een vergunning tot verblijf. Na het uitblijven van een tijdige beslissing maakten zij bezwaar tegen het niet tijdig beslissen. Verweerder nam geen beslissing op de aanvraag, maar een beslissing op bezwaar, wat onjuist was. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar gegrond was en vernietigde de bestreden beschikkingen.
De rechtbank stelde vast dat eisers geen belang meer hadden bij een beslissing op de oorspronkelijke aanvragen, aangezien het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen gegrond was en verweerder daardoor materieel had heroverwogen. De identiteit en Afghaanse nationaliteit van eisers stonden vast, maar de rechtbank vond het vluchtverhaal onvoldoende aannemelijk door tegenstrijdigheden en onduidelijkheden in de verklaringen.
Verweerder had de aanvragen afgewezen wegens onvoldoende bewijs van verblijf in Afghanistan voorafgaand aan de aanvraag en vanwege manifest bedrog door het verstrekken van onjuiste informatie, waardoor onderzoek naar verblijf in een veilig derde land werd belemmerd. De rechtbank oordeelde dat het oordeel over manifest bedrog onvoldoende gemotiveerd was en dat het niet aannemelijk was dat eisers de laatste vijf jaar in Afghanistan verbleven.
De rechtbank bepaalde dat verweerder nieuwe beschikkingen moest geven met inachtneming van deze uitspraak, waarbij de aanvragen niet worden ingewilligd, maar de weigering van de vvtv wegens manifest bedrog wordt heroverwogen. Tevens werden verweerder veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden aangewezen om het griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens onvoldoende motivering en verklaart het bezwaar gegrond.