ECLI:NL:RBSGR:1999:AA1076
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens onjuiste beleidsinterpretatie
Eiseres, een Iraakse vrouw, diende in december 1996 aanvragen in voor verlenging van een verblijfsvergunning en een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). De Staatssecretaris van Justitie wees deze aanvragen af, stellende dat een vvtv alleen kan worden verleend indien een asielaanvraag is ingediend, en dat eiseres wegens manifest bedrog niet in aanmerking kwam.
De rechtbank stelde vast dat eiseres in 1992 als vluchteling was toegelaten, maar dat deze toelating in 1995 was ingetrokken wegens onjuiste gegevens. Eiseres voerde aan dat zij in werkelijkheid toelating wilde voor verblijf bij haar echtgenoot en dat het beleid onjuist werd toegepast door te eisen dat een vvtv alleen bij asielaanvraag kan worden verleend.
De rechtbank oordeelde dat de wet en parlementaire geschiedenis niet beperken dat een vvtv alleen bij asielaanvragen kan worden verleend. Ook verwierp de rechtbank het beroep op manifest bedrog als grond voor weigering. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de weigering van de vvtv betrof, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze overwegingen.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor de weigering van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf en het bestreden besluit wordt op dat punt vernietigd.