ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5745
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvangvoorzieningen aan uitgeprocedeerde asielzoekers met jonge kinderen
Verzoekers, een Chinees gezin met jonge kinderen, kregen op 24 juli 2001 van het COA te horen dat hun verstrekkingen in het kader van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 1997 (Rva 1997) met onmiddellijke ingang werden beëindigd wegens onvoldoende medewerking aan hun vertrek uit Nederland. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat het COA terecht mocht afgaan op de mededeling van de IND dat verzoekers onvoldoende meewerkten, onder meer omdat de Chinese ambassade geen vervangende reisdocumenten verstrekte. Echter, het besluit bevatte geen inhoudelijke motivering over de zienswijze van verzoekers, die onder meer verwezen naar hun jonge kind en humanitaire omstandigheden.
De rechtbank vond dat het COA uit zorgvuldigheid had moeten ingaan op deze zienswijze, vooral gezien het feit dat verzoekers een kind jonger dan één jaar hebben. Het beleid van het COA en de IND omtrent schrijnende humanitaire omstandigheden was onvoldoende duidelijk en niet schriftelijk vastgelegd. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen, de werking van het besluit geschorst en het COA veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot beëindiging van verstrekkingen wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.