ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6172
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang en verstrekkingen asielzoeker
Verzoeker, een Somalische asielzoeker, kreeg op 17 mei 2001 het besluit tot beëindiging van zijn verstrekkingen in het kader van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva 1997). Hij maakte bezwaar en verzocht om een voorlopige voorziening om de verstrekkingen te hervatten totdat in hoogste instantie over het beroep is beslist.
De rechtbank stelde vast dat de rechtbank 's-Gravenhage bevoegd is op grond van artikel 71 Vreemdelingenwet Pro 2000 en artikel 3a Wet COA. Verzoeker had tijdig bezwaar gemaakt, dat als beroepschrift werd aangemerkt. De rechtbank ging in op de vraag of verweerder het meewerkcriterium terecht had toegepast; verweerder stelde dat verzoeker onvoldoende meewerkte aan terugkeer naar Somalië, terwijl verzoeker stelde dat hij wel bereid was mee te werken, maar door omstandigheden en advies van advocaten niet eerder kon tekenen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met verzoekers verklaringen en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. Ook was het twijfelachtig of het besluit rechtmatig was. Gezien het belang van verzoeker bij voortzetting van de opvang en het spoedeisende belang, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, het besluit geschorst en verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot beëindiging van verstrekkingen wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.